Atheïstische Beweging

10_Antisthenes

Antisthenes

Antisthenes

Deze wijsgeer was een leerling van Socrates. Hij leefde van 445 tot 365 voor christus. Er waren toen, tijdens Alexander de Grote, vier filosofische scholen populair: De Stoa, het Epicurisme, het Scepticisme en het Cynisme. Antisthenes was een van de laatste. Hij had een goed leven als lid van de Atheense aristocratie. De meeste van zijn leerlingen waren trouwens ook van adel. In die tijd deed je alleen aan filosofie, als je het goed had. Het werkvolk en de slaven hadden er nog nooit van gehoord. Filosofie werd niet alleen in scholen, die daar speciaal voor werden gebouwd, bedreven, maar ook ‘s-avonds op de terrassen van Athene, in goed (lees: rijk) gezelschap en een goed glas wijn. Socrates stond erom bekend hoeveel drank hij kon verzwelgen. Anthistenes had dus een goed leven en had dat zo kunnen houden….
Waarschijnlijk naar aanleiding van de terechtstelling van Socrates keerde hij zich van alles en iedereen af: Zijn rijke familie en vrienden wilde hij opeens niet meer te zien, hij wenste geen les meer te geven en hij wilde alleen nog maar simpele dingen: Hij zocht het gezelschap van eenvoudige arbeiders en kleedde zich ook voortaan armoedig. Verder begon hij toespraken in de open lucht te houden, maar zodanig dat het niet alleen door intellectuelen begrepen kon worden, maar ook door “de gewone man”. Hierdoor populariseerde hij als het ware de filosofie in de vierde eeuw in Athene:
Alles wat erop filosofie tot nu was gepresteerd en gepresenteerd, was volgens Antisthenes waardeloos, omdat het voor gewone mensen onbegrijpelijk was; het was allemaal veel te theoretisch en veel te ingewikkeld ! We moesten alles wat we geleerd hadden van de milesische school, van de atomisten en van Socrates, vergeten en we moesten terug naar de natuur ! Er zou, aldus Antisthenes, geen regering moeten zijn, geen persoonlijk eigendom, geen huwelijk en vooral geen godsdienst !
Ook is hij bekend om de naar hem genoemde paradox: Dingen zijn altijd gelijk aan zichzelf, maar dat is betekenisloos. Dat iets gelijk is aan iets anders, kan niet en is dus niet waar. Daarom is de werkelijkheid niet kenbaar en heeft filosofie of godsdienst bedrijven geen zin.

Geef een antwoord