Atheïstische Beweging

34_Nietzsche

Nietzsche

Nietzsche

Omdat Nietzsche ook elders op de site ter sprake komt, zullen we volstaan met alleen wat hoofdlijnen van zijn denken en één van zijn felste citaten. Hij leefde in Duitsland van 1844 tot 1900.

Hij baseerde zijn filosofie op het feit, dat iedereen, altijd en overal, zoveel mogelijk macht probeert uit te oefenen. Mensen konden niets anders en wilden niets anders. Dit was een biologisch evolutionair verschijnsel en moest daarom ten volle aanvaard worden. De Platoonse Ideëenleer, vond hij dan ook veel te statisch (zie: Socrates/Plato). Er ging te weinig dynamiek vanuit. Zo’n mensbeeld maakt van mensen makke lammeren. Geen wonder, dat het christendom het platonisme had omarmd. “Christendom is platonisme voor het gewone volk”. Maar de echte mens zat zo niet in elkaar, volgens Nietzsche. De echte mens, de Renaissance mens, wou heersen, wou winnen, was nieuwsgierig, was trots en had zeker geen schuldgevoel, zoals de christelijke mens. Dat was Nietzsche’s grootste bezwaar tegen het christendom: dat het mensen een slecht gevoel gaf over zichzelf. Geen wonder, dat ze agressief werden. De mensen van de toekomst zouden daar geen last van hebben. Ze zouden zich niet wijs laten maken, dat ze slecht waren en dat daarom een ander voor ze zou moeten beslissen. Ze zouden zich geen minderwaardigheidsgevoelens, door welke godsdienst dan ook, laten opdringen en voor zichzelf willen beslissen. Ze zouden het schuldgevoel achter zich hebben gelaten. En dit noemde Nietzsche de Übermensch. Deze Übermensch kon het leed van de wereld aanzien, zonder zich schuldig te voelen en kon zelfs zijn eigen dood onder ogen zien, zonder christelijk te worden. Volgens Nietzsche was je pas volwassen, als je accepteerde, dat je een keer dood ging en niet uit angst overging op een waanidee over een hiernamaals.
Later hebben de nazi’s de term Übermensch een andere lading gegeven, namelijk van iemand die alleen maar macht over anderen wou uitoefenen. Maar Nietzsche bedoelde meer een vorm van mens zijn, die zich niet liet opdringen dat het slecht was, om het goed te hebben, maar daarboven stond en juist genoot van zijn rijkdom, van succes, van het leven en van zichzelf:

“….Wat is goed ? Alles wat het gevoel van macht, de wil tot de macht en de macht zelf doet groeien….
Wat is slecht ? Alles wat voortkomt uit zwakte en ziekte….
Wat is geluk ? Het gevoel dat de macht groeit, dat weerstand overwonnen wordt….

Zwakkelingen en mislukkelingen horen ten onder te gaan : Eerste regel van onze moraal. En je moet ze nog een handje helpen ook….”

Nietzsche geloofde, dat als de mensheid het schuldgevoel, dat ze opgedrongen krijgt door gelovigen en socialisten (vaak religiante atheïsten) achter zich laat, er een nieuwe mensheid ontstaat. Een maatschappij die meer op die van de oude Grieken lijkt: intellectueler, creatiever, kunstzinniger, gelukkiger, waarvan de individuen zich beter ontplooien en waar veel minder agressie is. Een samenleving, waarin niet de mens, die lijdt centraal staat, maar de mens, die zich ontplooit. Deze nadruk op het ‘zich ontplooien’ wordt later uitgewerkt door Sartre met zijn existentialisme (zie: Sartre).

Ook is Nietzsche wantrouwend tegenover priesters en moraalridders in het algemeen: Mensen, die een sublieme moraal verkondigen, priesters en socialisten, doen dat alleen maar, om zelf macht uit te oefenen. De priesters riepen altijd, dat ze het opnamen voor de armen en verdrukten en verwierven daarmee rijkdom en macht; maar de armen bleven arm. De socialisten doen precies hetzelfde.

Met het volgende citaat, dat aan Meslier doet denken, beëindigt Nietzsche zijn Antichrist:

“….Ik veroordeel het christendom met de meest verschrikkelijke beschuldiging, die een beschuldiger ooit in z’n mond heeft genomen: Het is de grootste corruptie, die je je kunt voorstellen; het is de ultieme corruptie en de slechtst denkbare corruptie. De christelijke kerk heeft niets onbezoedeld gelaten met z’n verloederende werking. Alles wat van waarde was, heeft het in waardeloosheid doen verkeren; iedere waarheid in een leugen veranderd; iedere vorm van integriteit in iets laag bij de gronds. Het leeft bij de gratie van ellende. Het creëert ellende om zelf te overleven. De zonde bijvoorbeeld is door de kerk uitgevonden en verbeterd: Deze “gelijkheid-van-iedere-ziel-voor-god” is de grootste leugen aller tijden en is het slechtste, dat de mensheid ooit is overkomen.
Om alles wat menselijk is, tegen te spreken.
Om het zichzelf geestelijk bevuilen tot een kunst te verheffen.
Om het liegen tot iedere prijs.
Om z’n aversie en verachting van alle goede en verheven eerlijke instincten.
Om z’n parasitisme als enige praktisering van de kerk; met z’n bloedeloze heilige idealen, al het bloed, alle liefde, alle levenshoop opzuigend.
Om het hiernamaals als wil tot het ontkennen van ieder realiteitsgevoel
Om z’n kruis als symbool voor de meest onderaardse samenzwering, die ooit heeft plaatsgevonden, tegen alles wat gezond is …. tegen alles wat mooi is …. tegen iedere vorm van geestelijk welzijn ….tegen iedere vorm van intellect …. tegen iedere vorm van mildheid …. tegen het leven zelf !
Deze eeuwige beschuldiging zal ik op alle muren schrijven, waar er maar muren te vinden zijn.
Ik beschik over letters, die blinden kunnen lezen en over woorden, die doven kunnen horen.
Ik noem het christendom de enige grote vloek, de enige grote vernedering, de enige grote wraakzucht, waarvoor geen enkel middel gemeen genoeg, geheim genoeg, onderaards genoeg en klein genoeg is. Ik noem het de enige grootste onsterfelijke vloek van de mensheid.
En de mensheid berekent de tijd nog wel vanaf de dag, dat deze ellende begon; vanaf de eerste dag van het christendom !
Waarom niet vanaf z’n laatste ?
Vanaf vandaag !
UMWERTUNG ALLER WERTE…. !”

Geef een antwoord