- reset +
Home

 

 

Inleiding


Het terugtreden van religie en tegelijkertijd de steeds verdergaande secularisatie door de eeuwen heen, is niet zonder slag of stoot gegaan. Niet alleen naar het atheïsme vertoont religie een allesomvattende en niet aflatende wreedheid, maar er is minstens zoveel 'inter-religiant geweld'.
De Nederlandse taal kent het woord 'slachtoffer'. Dit betekent, dat we op onbewust nivo, in onze taal al een associatie leggen tussen geweld en religie.
Het geweld varieert enerzijds sterk naar plaats, anderzijds sterk naar tijd. Grosso modo zal blijken, dat tot aan het eind van de Middeleeuwen het meeste geweld uitging van het christendom, daarna van de christelijke nationale staten en vervolgens van religiante atheïsten, zoals fascisten en communisten. In onze tijd lijkt het meeste geweld te komen van de zijde van fundamentalistische moslims. Boeddhisten en hindoes hebben echter ook het nodige bijgedragen.


Het religiante geweld wordt eerst kort in functioneel opzicht beschreven; daarna volgt een uitgebreide historische beschrijving.


Een eerste subtiele vorm van agressie is het feit, dat de kerk door de eeuwen heen, de wetenschap heeft gefrustreerd. Tot op de dag van vandaag. Variërende van Galilei tot het tegenhouden van embryo-onderzoek (Onfray, Harris). Luther vond het bijvoorbeeld nodig om op te merken:


"....Het verstand is de hoer van de duivel, die niets anders kan dan de woorden en daden van god belasteren en schade berokkenen...."

Een tweede vorm, ook vrij subtiel, is het volproppen van bijvoorbeeld de schilderkunst met god, Jezus en alle andere hele of halve goden. Pas in de zeventiende eeuw 'mochten' mensen er menselijk uitzien met emotie in hun ogen. Voor die tijd keek iedereen in stomme verwondering op naar de god, zijn zoon of andere familieleden met een uitdrukkingloosheid, die een goed beeld geeft van een diep in religie gedompelde maatschappij (Huizinga).

De derde, eveneens vrij subtiele vorm van agressie, is ervan uitgaan, dat je je geloof zoveel mogelijk aan anderen moet opdringen en je je in geen enkel opzicht open hoeft te stellen voor de al of niet religieuze overtuiging van een ander. Eigenlijk is iedere vorm van missie of zending een vorm van onbeschoftheid. Een goede term in dit verband zou zijn
'religiante incontinentie'. Religiant onderwijs, zoals we dat in Nederland kennen, en de zondagssluiting zijn daar voorbeelden van.


Het 'kapen van de moraal' is een vierde en nog steeds subtiele vorm van brutaliteit. Vaak gaan religianten ervan uit, dat je alleen maar een moraal kan baseren op specifiek hùn geloof. Terwijl je een moraal ook heel goed kunt baseren op seculier atheïstische opvattingen, zoals verwoord door denkers uit de Oudheid, de zeventiende eeuw en de Verlichting. Religianten gaan er nogal eens met de moraal vandoor. En dat is jammer, omdat we in onze pluriforme maatschappij behoefte hebben aan een moraal, waar we het allemáál over eens zijn. Dat zou dan een seculiere moraal moeten zijn (Cliteur). Onderdeel van dit 'kapen van de moraal', is het verschijnsel, dat je in de officiële media, de staatstelevisie, prima met je religiante verhaal terecht kunt, terwijl de atheïsten op het internet zijn aangewezen. Op de Nederlandse staatsomroep hebben diverse soorten religianten hun eigen zendtijd en zelfs hun eigen omroepverenigingen. De atheïsten, de Vrijdenkers bijvoorbeeld, hebben een kwartier per kwartaal!


Een vijfde vorm (subtiel of niet?) is 'de waarheid geweld aandoen'. Onder meer Spinoza heeft genoegzaam duidelijk gemaakt dat religie (lopen over water, na de dood opstaan) niet te verenigen is met de rede. En dat we die rede nu juist zo hard nodig hebben. Religie hebben we al meer als genoeg.
Wat op z'n minst valt onder 'de waarheid geweld aandoen', is de ogen sluiten voor alle ellende, die godsdienst de mensheid door de eeuwen heen heeft aangedaan. De protestante kerk keek de andere kant op, toen de slaven werden verscheept, de katholieke kerk zweeg, terwijl de joden werden vergast en in de islamitische wereld bleef het opvallend stil, nadat de islamitische moordmachines zich in de Twin Towers boorden. Ontkennen, bagatelliseren en negeren; de heilige drie-eenheid van iedere godsdienst. De drie wereldreligies zijn er groot mee geworden. Erasmus zei niet voor niets van de stichters van de christelijke godsdienst, dat ze in hoge mate de 'naïviteit aanhingen' en 'felle tegenstanders van geleerdheid' waren.


Minder subtiel is het zesde voorbeeld: het vernietigen van kunst, die niet met de religie zou stroken. Variërende van het stukslaan van beelden (de Beeldenstorm) en het verbranden van schilderijen en boeken, via het slopen van prachtige bouwwerken tot aan het opblazen van Boeddha beelden door Islamitische fundamentalisten.


De zevende vorm, niet subtiel maar grof, is agressie jegens sexualiteit: het onderdrukken van sexuele gevoelens en mensen zelfs schuldgevoel aanbrengen: duizenden jaren lang hebben mensen niet kunnen genieten van elkaar, omdat de religie ze schuldgevoelens aanpraatte. Sex zou zondig zijn. Nietzsche noemde dit één van de 'grootste rotstreken van het christendom'. De neurotiserende werking van religie op sexualiteit is op wetenschappelijke wijze afdoende beschreven door Freud.
Het verwijderen van (delen van) geslachtsdelen is een vorm van geweld, die niet subtiel, maar misdadig is; namelijk zware mishandeling. Uit naam van de god wordt bij deze religieuze gelegenheid een gedeelte van de penis of de clitoris verwijderd. Waarom wordt zoiets niet verboden? Omdat het al verboden is. Natuurlijk mag je geen stuk van je kind afsnijden, maar omdat het om godsdienst gaat, doen we een oogje dicht (Cliteur, Harris).
De algemene vorm van dit zevende voorbeeld is verzet tegen genot en zelfs lekker eten, bijvoorbeeld het verbieden van bier of varkensvlees (Epicurus, Condell, Onfray).
Ook is er agressie tegen gezondheid; bijvoorbeeld het tegen gaan of zoveel mogelijk inperken van inenten, condoomgebruik, abortus en euthanasie.


De achtste vorm is de banale vorm van lichamelijk geweld en kent nog de meeste voorbeelden: Niet alleen tegen dieren; martelen onder het motto van 'ritueel slachten'. Maar vooral tegen mensen: zweep- en stokslagen in combinatie met opsluiting, villen, amputeren, de ogen uitsteken, mensenoffers (zelfs kinderen), van torens afgooien, stenigen, radbraken, vierendelen, met speren doodgooien, levend koken, levend verbranden, doodschieten, ophangen en vaak eerst ook nog langdurig martelen.
Een bisschop in de middeleeuwen vaardigde uit, dat het vuur, waarmee ketters levend werden verbrand, voortaan een klein vuur moest zijn, omdat het anders te snel ging.


Een van de oudste vormen van religiant geweld is het vermoorden van kinderen: Bij de Maya's moesten kinderen van de eigen stam geofferd worden en ook het Bijbelverhaal waarin verteld wordt, dat Abraham zijn eigen zoon aan de god moest offeren, is hier een voorbeeld van.

Zelfverminking en vasten kunnen omschreven worden als zelfagressie (masochisme).

Zelfmoordacties vallen tegelijkertijd onder zelfagressie en de achtste vorm (het banale geweld).
Godsdienstoorlog, de meest voorkomende 'casus belli' tot nu toe, valt onder meerdere van genoemde vormen.
Moeilijk in te delen is de gewoonte bij katholieken om pas een stervende te willen troosten, als die eerst wat zonden biecht. Is dit onbeschofte lompheid, subtiele agressie of botte agressie?


Tot slot: wat dacht u van een god die zijn zoon offert, omdat de mensheid hem niet bevalt?

 


Mythisch religiant geweld: Kaïn en Abel


In Genesis 4 staat, dat Kaïn en Abel beide een offer brachten aan de god. Abel gaf vet van een lam en Kaïn gaf vruchten. Het vet van Abel werd door onze lieve heer dankbaar aanvaard, maar de vruchten van Kaïn wees hij af. Waarom, vertelt het verhaal niet. Maar Kaïn werd zo boos - niet op god, maar op Abel -, dat hij hem doodde. De allereerste moord werd dus gepleegd door ruzie om een religieus offer!


De zondvloed kwam erop neer, dat god dermate teleurgesteld was in zijn schepping, dat hij besloot iedereen te verdrinken, behalve Noach. De mensheid bleek echter taai en kwam er weer bovenop. Na enige tijd was het echter weer mis en deze keer werd iedereen in Sodom en Gomorra om zeep geholpen, behalve Lot.
In Deuteronomium (de Bijbel) geeft de heer opdracht de Amorieten, de Basanieten en de Ammonieten van hun land en goed te verdrijven, de meisjes, die nog geen gemeenschap hadden gehad voor eigen genot te behouden en de rest, mannen vrouwen en jongens, te doden.
Uiteindelijk kwam men in Egypte terecht, maar daar wilde Gods eigen volk toch ook weer weg. De farao stond dit echter niet toe en god besloot daarom niet minder dan 10 plagen op (het niet-joodse deel van) de Egyptische bevolking te doen neerkomen: Variërende van het water, dat in bloed veranderde via een kikkerplaag naar allerlei ziektes en tenslotte de dood van alle eerstgeborenen.


Het is goed om op te merken, dat deze verhalen gezien moeten worden als de mythologie van het Joodse volk. Redelijk vergelijkbaar met de mythologie van de Grieken. Hoewel de Joodse god barser en onvriendelijker overkomt; althans vanuit seculier perspectief. De Griekse goden waren in alles wat menselijker; vooral in hun zwakheden. De uittocht van het Joodse volk uit Egypte is dus waarschijnlijk mythisch en niet historisch. In de Egyptische historische annalen is nergens sprake van een dergelijk incident. Terwijl de oude Egyptenaren erom bekend staan, dat ze alle belangrijke gebeurtenissen nauwkeurig bijhielden.


Nietzsche vond het oude testament prachtige mythologie; het nieuwe testament vond hij afschuwelijk. Wat overigens aan de Bijbel opvalt, is dat het niet een boek is; het zijn twee boeken.


Eenmaal 'out of Egypt' worden de Hievieten, de Kanäanieten en de Hettieten uitgeroeid op last van alweer, de heer. Door de gehele Bijbel heen is er eigenlijk sprake van bloedvergieten afgewisseld met zo nu en dan een wonder.

 


Oudheid


Zoals opgemerkt moeten we het oude testament zien als mythologie: wreed en prachtig, maar niet historisch. Mensen als Anaxagoras, Protagoras en Socrates zijn echter wel historische figuren. Anaxagoras en Protagoras moesten vluchten voor religiante terreur en Socrates kostte het z'n leven. Alle drie hadden ze in min of meerdere mate getwijfeld aan de goden.


In Romeinse verslagen is er sprake van de arrestatie van een joodse dissident genaamd Jezus van Nazareth. De Nazarener zou politieke aspiraties hebben. Waarschijnlijk was hij iemand, die een nieuwe godsdienst wou opstarten, zoals er in die tijd wel meer waren. Het Joods religieuze establishment wou daarom van hem af en de Romeinen ook. Een politieke moord op een religieuze dissident. Als er al een historische figuur Jezus is geweest, is hij waarschijnlijk zelf ook het slachtoffer geworden van religiant geweld!


Overigens zijn dit soort executies een verlengstuk van de veel oudere 'totemistische' mensenoffers (Freud).
Mensenoffers in West-Europa zijn vrij lang in zwang geweest. In Griekenland is het in de achtste à zevende eeuw voor christus al afgeschaft. De Romeinen maakte er een einde aan in de landen rondom de Middellandse Zee, maar in West-Europa is men nog heksen en ketters blijven verbranden gedurende de gehele Middeleeuwen.


Hypatia was een Grieks filosofe. Ze leefde van 370 tot 415 in Alexandrië. Ze doceerde wiskunde en neoplatoonse filosofie. Ze was verbonden aan de beroemde Bibliotheek van Alexandrië. En als intellectueel genoot ze in haar tijd grote bekendheid.
Er werd van haar gezegd, dat ze zo succesvol was in literatuur en wetenschap, dat zij alle filosofen van haar tijd overtrof. Ze sprak vaak in het openbaar en men kwam van heinde en verre, om naar haar te luisteren en om door haar onderwezen te worden. Haar optreden had iets soevereins en tegelijkertijd iets elegants. Staatslieden schuwden niet, om met haar gezien te worden.
Er was echter een politieke machtsstrijd gaande tussen gematigde heidenen en fanatieke christelijke fundamentalisten, waar Hypatia in verzeild raakte, omdat de plaatselijke heerser haar weleens consulteerde. Zij werd door fanatieke christenen, die de vernietiging van de heidenen eisten, van hekserij en bijgeloof beschuldigd.
De christelijke Romeinse keizer had net bevolen, dat alle heksen, bijgelovigen en heidenen voor de leeuwen geworpen moesten worden. Maar omdat men in de provincie niet altijd over een arena beschikte, moest men aldaar volstaan met ijzeren haken, waarmee het vlees van het lichaam van de ketter moest worden afgeschraapt.
De patriarch van Alexandrië had aansluitend op dit bevel de vernietiging van alle niet-christelijke tempels verordonneerd.

Hypatia was in haar koets op weg naar haar huis, waar een woedende christelijke menigte haar opwachtte. Ze werd uit haar koets gesleurd, haar kleren werden haar van het lijf gescheurd en met bakstenen werd ze half dood geslagen. Vervolgens werd ze door de straten gesleept tot ze helemaal dood was, waarna haar lichaam aan stukken werd gescheurd en verbrand. Waarschijnlijk is zij één van de eerste slachtoffers van christelijk-religiant terreur.



Katholicisme


Kort na de val van het Romeinse Rijk waren de christelijke priesters zelf eerbiedwaardige 'Romeinen' geworden en begonnen de schuld van de dood van Jezus wat meer bij de joden te leggen dan bij de Romeinen. Op instructie van de kerkvader Augustinus, die later heilig verklaard zou worden, mochten joden 'wel leven, maar niet gedijen', wat betekende dat ze in sommige landen in getto’s terecht kwamen. Het antisemitisme is, naarmate de kerk in de loop van de Middeleeuwen meer invloed kreeg, steeds verder toegenomen. En het is blijven toenemen door de Reformatie en de Verlichting heen met als triest hoogtepunt de Holocaust die, naar we verderop zullen zien, in hoge mate een gezamenlijke onderneming was van fascisten en katholieken.


De heilige Augustinus, die in feite de aftrap gaf voor het antisemitisme in West-Europa zag de diaspora als Gods gerechtigde straf tegen de joden: Zij waren de schuld van de kruisdood van Jezus; zij waren de schurken. En hun ellende was hun eigen schuld: Hadden ze de 'waarheid van christus' maar moeten aanvaarden! Aldus Augustinus.
Men had niet alleen een hekel aan joden; als je een godvrezend mens was, behòòrde je een hekel aan joden te hebben. Er waren zelfs katholieken die de schuld van de pest, die in de zesde eeuw een kwart van de bevolking van West-Europa wegvaagde, aan de joden gaven. Tot aan de kruistochten werd het 'onbehagen in de cultuur' (Freud) en de religiante agressie voornamelijk afgereageerd op joden, ketters en atheïsten.
Augustinus was eerst aanhanger van het Manicheïsme. Maar nadat hij er zich van af had gekeerd, vond hij dat '
alle manicheeërs moesten worden gedood’! Hij was zelfs van mening, dat een ketter 'erger' was dan een atheïst, want de laatste 'wist niet beter'. Ook vond hij een ketter 'erger' dan een moordenaar, want een moordenaar nam alleen je lichaam, maar een ketter nam ook je ziel. Tegen iedereen, stelde Augustinus, die zich buiten de leer van god en de officiële kerk stelde, mocht desnoods 'buitensporig geweld' gebruikt worden. Want 'christus had de heilige Paulus ook met blindheid geslagen, om hem het licht te laten zien'. Om geen bloed aan de handen te krijgen, regelde Augustinus, dat als de kerk iemand excommuniceerde, de staat (meestal de koning) hem dan executeerde. Zijn strijd tegen religieuze dissidenten noemde hij zijn 'Bellum Deo', oorlog voor god. De kerkvader Augustinus wordt daarom de 'vader van de Inquisitie' genoemd.
Hypatia was één van de eerste, die op een afschuwelijk manier werd omgebracht, maar zij zou niet de laatste zijn. Het terreursysteem van Augustinus zou gedurende meer dan duizend jaar steeds verder en verder geperfectioneerd worden met als 'mijlpaal' Thomas van Aquino, die in de dertiende eeuw besloot om ketters voortaan levend te verbranden. Ook Thomas werd heilig verklaard. Wat men onder ketterij verstond, veranderde echter wel voortdurend. Zo werden in de elfde eeuw in Goslar in Duitsland enkele tientallen christenen verbrand, omdat ze weigerden kippen te slachten; dat was ketters.


De christelijke kerk was eerst bestreden door het oude Rome, maar had die strijd glansrijk gewonnen met uiteindelijk een Romeinse keizer, die zich tot het christendom bekeerde. Op deze manier had de kerk via de troon een ijzeren greep op de wereldlijke macht. Maar.... Rome viel! En de kerk moest dus op zoek naar een nieuwe beschermheer met een nieuw machtsinstrument.


Karel de Grote wist in de achtste à negende eeuw door erven en veroveringen een wereldrijk tot stand te brengen: Het grootste deel van West-, Midden- en Oost-Europa, alsmede een groot deel van de Balkan wist hij te onderwerpen. En het lukte hem de opmars van de islam in zuidoost Europa bij de Pyreneeën tot staan te brengen. Men zag zijn imperium als de herrijzenis van het oude Romeinse Rijk.
Karel was een diep gelovig mens en zag het christelijke geloof als het cement van de samenleving en iedereen 'moest eraan geloven'. Alle volken die veroverd waren, werden verplicht het christelijk geloof aan te nemen. Zo niet, dan werd men letterlijk aan het zwaard geregen. Men noemde dit 'bekering met ijzeren tongen'.
Vooral de Saksen en de Friezen verzetten zich hevig. Karel vaardigde een decreet tegen hen uit, dat erop neer kwam, dat de doodstraf stond op het niet aanhangen van het christelijk geloof. In het kader van dit decreet werden in 782 vijfenveertighonderd Saksen onthoofd.
Keizer Karel wilde van zijn rijk een soort christelijke totalitaire staat maken. Hij stelde bisschoppen aan als zogenaamde 'zendgraven', die overal in zijn rijk moesten inspecteren en verslag aan hem moesten uitbrengen. Ook gaf hij voorschriften aan priesters en bemoeide zich met leerstellingen van de kerk. Hij liet zelfs synodes organiseren en sprak regelmatig met de paus over religieus-maatschappelijke zaken. Scheiding van kerk en staat was in die dagen nog ver te zoeken. Dat soort ideeën zou pas met de Verlichting in de achttiende eeuw komen.
Tegen het eind van de achtste eeuw zat er een Nederlander op de pauselijke troon: Adrianus. De Vaticaanse staat strekte zich toen uit tot aan de Alpen, maar werd gedeeltelijk door de Longobarden ingenomen. Adrianus riep Karel te hulp, die de Longobarden verdreef. Toen Karel na zijn overwinning Rome binnentrok en als een held werd onthaald, werd hij door de paus tot Romeins keizer gekroond. De 'heilige stoel' probeerde hiermee de suggestie te wekken, dat een keizer zijn kroon van een paus moest ontvangen, omdat het kerkelijk gezag boven het wereldlijk gezag zou staan. Het schijnt, dat Karel zich hieraan ergerde, hoewel hij zich ook vereerd voelde met zijn keizerstitel. In ieder geval voelde hij zich gesterkt in zijn genocide-beleid ten opzichte van atheïsten en ketters. Karel is in 1165 heilig verklaard.


De kruistochten is eigenlijk de verzamelnaam voor een reeks oorlogen, die vaak geproclameerd werden door een paus, maar waarvan religie altijd de 'casus belli' was.
Ze begonnen eind elfde eeuw en duurde ongeveer tweehonderd jaar. Hoewel je ze in theorie tot in de zeventiende eeuw kunt laten voortduren. De tachtigjarige oorlog zou je als de laatste kruistocht kunnen beschouwen.
Er werden kruistochten gehouden tegen diverse vijanden, in diverse gebieden: De oostelijke Middellandse Zeekust, met name Jeruzalem (tegen de islam). Spanje en Portugal (eveneens tegen de islam). Maar ook Frankrijk en Duitsland. Hier waren het vooral de ketters, die het moesten ontgelden
Wat opvalt aan de kruistochten, is dat het enorme collectieve ondernemingen waren op supranationaal nivo met de kerk als overkoepelende factor. Dit laatste laat zien, dat de katholieke kerk in deze tijd op het toppunt van haar macht was. Zij wist een coalitie, vergelijkbaar met de huidige NAVO samen te smeden en kon daardoor enorme legers op de been brengen, om de strijd aan te binden met haar vijanden binnen en buiten Europa en om haar invloedsfeer nog verder uit te breiden.
Vanaf de elfde eeuw waren de invallen van de Noormannen afgelopen en er kwam enige stabiliteit in Europa. Meer bos werd gerooid, venen en moerassen werden drooggelegd en de bevolking groeide. Een van de pausen vond zelfs, dat er overbevolking was. En doordat de dreiging van de binnenvallende Noormannen wegviel, begon men onderling meer oorlog te voeren. Het pauselijk gezag vond, dat al die agressie naar buiten gekeerd moest worden en kon met een kruistocht ook haar eigen gezag versterken. De meeste kruistochten waren dan ook op initiatief van een paus. Koningen hadden er niet eens altijd zin in. Zo is van Frederik II, keizer van het Heilige Roomse Rijk, bekend dat hij helemaal niet op kruistocht wou. Maar hij moest wel, omdat de paus hem anders excommuniceerde. Ook dit toont de enorme macht van de kerk in de Middeleeuwen. Overigens gingen er ook veel op kruistocht om het avontuur te zoeken en om er beter op te worden: Adel, die zonder land was komen te zitten en mensen met een slecht geweten. Want tegenover deelname aan iedere kruistocht stond een zogenaamde aflaat, waardoor je van al je zonden af was.


Speciaal ter gelegenheid van de kruistochten werd de 'orde der Tempeliers' opgericht. In feite was dit een moordmachine uit naam van god. Deze 'ridders van christus' waren vooral aangesteld, om zoveel mogelijk bloed te vergieten van moslims, joden, ketters en atheïsten. Het probleem was dan ook, hoe je dat moest verantwoorden tegenover de christelijk Bijbelse leer van naastenliefde. De paus hield daarom in 1129 een concilie, waarin de regels voor de tempelierorde door Bernard van Clairvaux werden opgesteld. En wel zodanig, dat ze zonder gewetensbezwaar niet-christenen konden doden, en wisten, dat ze daardoor juist in de hemel zouden komen. Een ridder, die een christen doodde, moest echter de orde uit. Ze waren berucht om hun niets ontziende fanatisme, waarmee ze natuurlijk flink wat haat opriepen: Saladin, de heerser van Syrië en Egypte was dè grote tegenspeler van de kruisvaarders. Een aanzienlijk aantal kruistochten waren succesvoller voor Saladin dan voor de katholieken. De belasting, die het Vaticaan over heel Europa (!) hief ten bate van de kruistochten, heette zelfs de Saladin-tiende. Saladin was nogal eens edelmoedig tegenover gevangengenomen gewone ridders, maar tempelier ridders werden direct omgebracht en hij liet ze nogal eens op rituele wijze doden. Er werd dan eerst flink gemarteld; met publiek.
De tempeliers waren een zeer rijke orde en hadden nog een enorm bedrag van de Franse koning, Filip de Schone, tegoed. Om onder zijn schuld uit te komen, besloot hij ze van ketterij te beschuldigen en te laten doden. De paus wilde echter niet meewerken en koning Filip liet daarom de paus vermoorden. Zijn opvolger wou ook niet meewerken. Filips liet deze ook vermoorden, totdat uiteindelijk een vertrouweling van hemzelf tot paus werd gekozen. Deze laatste wist het voor elkaar te krijgen, dat op één dag, in 1312, alle tempelieren tot ketters werden verklaard, zodat de koning z'n zin kreeg: Alle tempelieren werden eerst gemarteld, vervolgens vermoord en Filips de Schone was van zijn schulden af.


De eerste kruistocht was redelijk succesvol: Jeruzalem werd veroverd en helemaal leeg geplunderd. De Islamitische en Joodse inwoners werden verkracht, onthoofd of verkocht als slaaf aan een Europeaan of een Egyptenaar.


De tweede kruistocht was een initiatief van dezelfde Bernard van Clairvaux, die de 'leefregels' voor de tempeliers had opgesteld. Het werd echter een faliekante mislukking. Saladin wist zelfs Jeruzalem weer terug te veroveren op de christenen.


De derde was zeer bloedig: kruisridders werden door moslims onthoofd en hun hoofden werden opgestuurd naar Egypte, om mee naar de vijand te zwaaien. Militair was het echter een mislukking: Saladin wist zijn gebied zelfs nog iets uit te breiden en dit laatste was aanleiding voor de vierde.

De vierde mislukte, omdat de Venetianen er een handelsoorlog van wilden maken. Ze wilden de handel in het oostelijke Middellandse Zee gebied, de winstgevende levantvaart, in handen krijgen. En daarom overtuigde ze de kruisvaarders ervan, om niet Jeruzalem te veroveren, maar Constantinopel.

De paus nam hier uiteraard geen genoegen mee en riep de vijfde kruistocht af.
Deze keer waren het voornamelijk Hollanders, Vlamingen en Friezen, die mee gingen onder leiding van Willem I en de graaf van Wied. Het Vaticaan besloot zich deze keer zelf met de gevechten te bemoeien, hetgeen desastreus zou blijken. De Friezen gingen mee, omdat een aantal van hen kruisen had gezien in de lucht.
Willem voer met een Hollandse vloot naar Lissabon, dat nogal wat islamitische inwoners had en belegde de stad. De burgerij zag de overmacht en gaf zich over aan Willem, die ze in ruil daarvoor vrije aftocht beloofde. Toen ze volgens afspraak ongewapend naar buiten kwamen, werden ze door Willem en zijn troepen alsnog afgeslacht. De islamitische stad Hairin onderging hetzelfde lot, maar bij Cadiz aangekomen bleek de stad verlaten. Men besloot toen, om na het plunderen letterlijk alles te slopen: niet alleen alle tempels en huizen werden afgebroken en in brand gestoken, maar zelfs de bomen werden omgehakt en afgebrand. Na gedane zaken besloot Willem met zijn vloot door te varen naar het heilige land om nu ècht op kruisvaart te gaan.
De inwoners van Jeruzalem hadden, toen ze hoorden, dat er weer kruisvaarders aankwamen, al hun muren gesloopt, want dan zou daarna de stad des te gemakkelijker op de christenen heroverd kunnen worden. Desalniettemin liet Willem om onduidelijke redenen Jeruzalem links liggen en de vloot zette koers naar Egypte om eerst de stad Damiate in te nemen. Dit lukte en van de 60.000 inwoners bleven er
10.000 in leven, die verkocht werden. Egypte bood vervolgens, als een soort vredesvoorstel, Jeruzalem aan in ruil voor Damiate plus een enorm geldbedrag èn het kruis van christus. De kruisridders waren erg ingenomen met dit voorstel, maar het Vaticaan ging bij monde van de pauselijke afgezant, de nuntius, niet akkoord, omdat Jeruzalem niet met onderhandelingen maar met strijd ingenomen moest worden.
Toen Willem dit hoorde, werd hij zo kwaad, dat hij onmiddellijk met al zijn schepen naar huis ging.

De nuntius en de rest van het uitgedunde kruisleger vonden, dat daarom Cairo maar aangevallen moest worden. De generaals vonden het echter beter, om te wachten tot na het seizoen van de overstromingen. De nuntius stelde, dat god aan hun kant stond en zette de aanval toch door. Toen de 'ridders van god' voor Cairo stonden, zette de sultan de sluizen open en de ridders stonden opeens tot hun middel in het water. De nuntius vluchtte onmiddellijk terug naar Rome en de kruisvaarders moesten in ruil voor een vrije aftocht Damiate weer afstaan. De laatste kruisvaarders besloten toen ook maar huiswaarts te keren.


De Duitse keizer Frederik II had helemaal geen zin in de zesde kruistocht, maar het Vaticaan had zoveel macht, dat ze hem kon dwingen door te dreigen hem in de 'ban' te doen. Toen hij bij Jeruzalem aankwam, was zijn leger door zware stormen op de Middellandse Zee al bijna gehalveerd. Niettemin veroverde hij Jeruzalem, maar wist, dat hij het niet lang kon volhouden tegen de veel talrijkere moslims. Hij besloot te onderhandelen: De moslims mochten Jeruzalem houden in ruil voor vrije toegang voor de christenen tot hun heilige plaatsen. De paus was woedend en keizer Frederik werd alsnog in de ban gedaan.


Bij de zevende ging het weer om Jeruzalem, dat nog steeds niet was veroverd. Deze keer waren de Franse koning Lodewijk IX met zijn broers door de paus als 'uitvoerders' aangesteld. Ook deze kruistocht werd een fiasco: In het nabije oosten aangekomen, besloot één van de broers van Lodewijk om eerst Cairo aan te vallen. Deze aanval kostte hemzelf en een groot aantal tempeliers het leven. Lodewijk kwam echter vast te zitten in het moerasgebied van de Nijldelta, net als bij de vijfde kruistocht. Besmettelijke ziektes en gebrek aan voorraden deden de rest. Wat er toen nog van het kruisleger over was, werd door de Egyptenaren omgebracht of als slaaf verkocht, hoewel de meesten al weer naar huis waren gegaan. Lodewijk zelf kon alleen het vege lijf redden, door een enorm bedrag losgeld te betalen aan de Egyptenaren.


Koning Lodewijk IX van Frankrijk kon niet verkroppen, dat hij de zevende kruistocht had verloren en begon daarom de achtste. Men kwam echter niet verder als Tunis. Reeds daar was de helft van de legermacht al afgevallen door allerlei ziektes, een aantal kruisvaarders was naar huis gegaan en Lodewijk zelf stierf uiteindelijk ook nog. Men kwam daarom maar met de sultan van Tunis overeen, dat er zich monniken en priesters mochten vestigen en men kreeg handelsrechten.


Volgens de meeste literatuur was de negende kruistocht de laatste. Zoals gebruikelijk was het weer een paus, die het initiatief nam. Er was echter niet veel animo voor. Alleen Venetië wou wel meedoen, maar dan moest Constantinopel veroverd worden en niet Jeruzalem, omdat dat economischer was. Ze kregen van de paus toestemming, maar het mislukte. Vervolgens kregen de Venetianen ruzie met de tempeliers over het al of niet veroveren van de stad Akko. Akko werd uiteindelijk wel veroverd, maar werd in 1291 weer heroverd door de islamieten. De negende kruistocht was dus ook een mislukking.


Tijdens de gevechtshandelingen in het Midden-Oosten zijn er ook een drietal 'interne kruistochten' gehouden. Voornamelijk in Frankrijk en Duitsland.
De eerste ging tegen de katharen. De term 'ketter' is van hen afgeleid. De katharen zaten vooral in zuid Frankrijk, in de Languedoc. Ze waren van mening, dat god nooit zijn zoon zou sturen, om zo te lijden. Ook ontkende ze, dat god zich zou manifesteren in iets banaals als een stuk brood (de Transsubstantiatie). Dit was ketterij!
Bernard van Clairvaux, die het reglement voor de tempeliers had geschreven en de tweede kruistocht had geleid, werd naar Zuid-Frankrijk gestuurd, om de Katharen ervan te overtuigen, dat ze verkeerd bezig waren en dat de paus erg ontstemd was. Zijn preken vonden echter geen gehoor; hij werd zelfs uitgejouwd. Het Vaticaan beriep zich op de uitspraken van Augustinus betreffende ketters en bij een concilie werden er decreten uitgevaardigd tegen katharen, waldenzen (ook ketters), moslims, joden, atheïsten, homosexuelen en leprozen. Joden moesten voortaan een geel insigne dragen (!) en naar model van Augustinus werd de zogenaamde inquisitie in het leven geroepen. Een instelling die, qua bloedvergieten en moordzucht in de geschiedenis nauwelijks haar weerga kent.
Om de decreten van het concilie waar te maken, werd besloten om eerst de Katharen uit te roeien door middel van een kruistocht door Zuid Frankrijk. Aangekomen voor de poorten van Béziers vraagt één van de kruisvaarders, hoe ze nu de goede katholieken van de Katharen moesten onderscheiden. De abt van Citaux, die de leiding heeft over de strafexpeditie, antwoordt:


"....Doodt allen; God zal de zijnen herkennen.... "


Onder toeziend oog van de abt wordt in 1209 de volledige bevolking van Béziers uitgemoord. Er wordt niemand in leven gelaten, zelfs geen vrouwen en kinderen. Op één dag vallen er 20.000 slachtoffers. Het jaar daarop worden in Minerve 140 Katharen levend verbrand en in 1244 nog eens 215 in de burcht van Montségur. De Katharen gingen toen ondergronds en het zou nog 80 jaar duren, voordat de laatste Kathaar op de brandstapel stierf. De paus, die hier grotendeels voor verantwoordelijk was, noemde zich overigens 'Innocentius'.


In 1229 kondigde de paus een tweede interne kruistocht aan. Deze keer ging het om de 'Stedingers' in Duitsland. De Stedingers leefden langs de Wezer en hadden de autoriteit van de aartsbisschop betwijfeld. Vijf bisschoppen kregen van Rome opdracht, om een legermacht van 40.000 man uit de grond te stampen. Bij de Stedingers aangekomen werden eerst 11.000 ketters op het slagveld afgemaakt en niet één gevangen genomen. Vervolgens werd opgetrokken naar de woonsteden van de Stedingers en iedereen, mannen, vrouwen, kinderen en ouden van dagen werden gedood; de meesten werden verdronken in de Wezer.


Een derde interne kruistocht was gericht tegen de Waldenzers. Dezen waren van mening dat, iedereen de Bijbel moest kunnen lezen en hadden daarom de Bijbel vertaald in hun eigen taal. Ze twijfelden aan de heilige sacramenten, ze lieten vrouwen preken, ze stelden de macht van de priesterklasse ter discussie en bekritiseerden openlijk de corruptie aan het Vaticaan. In 1184 werden de Waldenzers geëxcommuniceerd en ze zijn eeuwenlang vervolgd. In 1393 zijn er op één dag 150 levend verbrand. Een vinding van Augustinus werd door de inquisitie nieuw leven ingeblazen: Met haken het vlees van de botten afschrapen, terwijl de ketter nog leefde. En meestal vond dit plaats in het openbaar.


De kruistochten begonnen aan het eind van de dertiende eeuw te verlopen, maar dit betekende niet het einde van het geweld.
In 1401 werd in Engeland door koning Hendrik IV de zogenaamde Haeretico Comburendo aangenomen. Een wet, die de doodstraf stelde op ketterij, waarbij in het midden werd gelaten, wat er onder ketterij werd verstaan; dat werd aan de kerk over gelaten. Dit betekende, dat iedereen, die in de ogen van de kerk ketters was, door de staat werd terechtgesteld. Dit gebeurde onder meer met de volgelingen van John Wycliffe, omdat ook zij de transsubstantiatie ontkende en openlijk het gezag van Rome bekritiseerden. Wycliffe noemde de paus zelfs de 'antichrist'. Hijzelf ontkwam aan vervolging, omdat hij door de regering in bescherming werd genomen. Maar tal van zijn volgelingen zijn in het openbaar op de brandstapel aan hun einde gekomen.
In 1482 wist paus Sixtus in het piepkleine staatje Andorra 2000 ketters op één dag levend te verbranden.
Ondanks het geweld kwam er echter geen einde aan ketterij. Integendeel; vanuit Rome leek het wel, of er steeds meer ketters kwamen. En dat was ook zo. De kerk stond op punt te breken. Europa maakte zich op voor haar volgende bloedige 'cultuurperiode', de Reformatie.

 


Protestantisme


Religieus dissidente groeperingen als Katharen en Waldenzen kunnen gezien worden als voorlopers van het protestantisme en de Reformatie. De breuk, die de Reformatie gaf, moet vooral in politiek opzicht niet onderschat worden: Vòòr de Reformatie was de katholieke kerk heer en meester in het grootste deel van Europa. Ná de Reformatie was de invloedsfeer van het katholicisme teruggedrongen tot ruwweg alleen Zuid-Europa. En er waren nieuwe sterke nationale staten ontstaan in het machtsvacuüm, dat het katholicisme achterliet (Palmer).


Bekende hervormers als Luther en Calvijn hadden, net als alle hervormers voor hen, kritiek op Rome en hadden andere ideeën over de christelijke leer dan het Vaticaan. En ze vonden, dat dit gewoon moest kunnen. De paus en alle andere katholieken waren echter van mening, dat daar de doodstraf op stond en pasten dit zo veel mogelijk toe. De protestanten, bijvoorbeeld Luther zelf, betaalden de katholieken met gelijke munt terug. Luther liet atheïsten, katholieken, joden en (andere) ketters om het even terroriseren. Vervolging en de daarmee gepaard gaande wreedheden gingen over en weer. Ook waren er groeperingen, die zowel door de katholieken als door de protestanten werden vervolgd:

Zo vonden de wederdopers, dat men zich op volwassen leeftijd moest laten dopen en niet als kind. Ook stonden ze polygamie toe. Hun leider, de Hollander Jan van Leiden leefde met zeventien vrouwen omdat hij, naar eigen zegge, oud-testamentair leefde. Eén van zijn vrouwen wou hem verlaten en Jan zou haar eigenhandig onthoofd hebben. Tevens hadden de wederdopers geld en privébezit afgeschaft en alle boeken verbrand, behalve de Bijbel. Ze haalden zich met hun leefwijze de haat op de hals van niet alleen katholiek Rome, maar ook van Luther en Calvijn. Luther zou gezegd hebben, dat 'we' desnoods met de katholieken moesten samenwerken, om van deze zwijnerij af te komen.
Munster, dat in handen van de wederdopers was gevallen, werd in 1530 belegerd door gezamenlijke strijdkrachten van katholieken en protestanten. Nadat de stad was ingenomen werd een flink aantal dopers niet verbrand, maar op cynische wijze verdronken. Omdat dit met een zware molensteen gebeurde, noemde men dit de doop met de steen. Een groot aantal dopers werd publiekelijk doodgemarteld met gloeiend hete staven. De lichamen van Jan van Leiden en enkele van zijn volgelingen werden, in het kader van deze coöperatieve katholiekprotestantse expeditie, in kooien aan de toren van de stad gehangen. De lichamen heeft men er als afschrikwekkend voorbeeld bijna 50 jaar in laten zitten en de kooien hangen er nu nog!


Luther bestreed niet alleen wederdopers. Joden waren ook een geliefd doel van zijn hervormingsgezindheid. Over joden wist de 'grote hervormer' het volgende te zeggen:


"....Joden zijn niet het 'uitverkoren volk', maar het volk van de duivel. Hun opsnijderij over hun afstamming, hun besnijdenis en hun wetten moeten als vuiligheid beschouwd worden. Joden zitten vol met de stront van de duivel. Hun synagogen moeten in brand worden gezet. Hun geld en hun bezittingen moeten afgepakt worden. We zijn fout, als we ze niet afslachten....!"


Hij schreef dit in een boekje genaamd 'Over de Joden en hun leugens'. Dat Luther hiermee de bodem legde voor het Duitse antisemitisme blijkt onder meer uit het feit, dat hij vijfhonderd jaar later door Hitler 'één van de grootste hervormers' zou worden genoemd.

Calvijn, de andere 'grote hervormer' deed in wreedheid niet onder voor Luther:


'Servet had andere ideeën dan Calvijn over de heilige drie-eenheid, een katholieke wensillusie, die hij (net als de wederdopers) verwierp en over de kinderdoop. Ook was hij, heel opvallend, van mening, dat rechtvaardiging ook zonder god of godsdienst mogelijk was. Calvijn ontstak in woede en zweerde in 1546, dat hij Servet om zou laten brengen, zodra hij daar gelegenheid voor had. Hij zei letterlijk:


"....Wanneer hij hier komt zal hij, als mijn gezag ook maar iets waard is, niet levend vertrekken...."


Servet was aanvankelijk gearresteerd, maar wist te ontkomen. In Genève woonde hij een kerkdienst bij, die geleid werd door Calvijn. Servet werd herkend, gearresteerd en voor de keus gesteld om voor een protestante- of voor een katholieke rechtbank te verschijnen. Het werd de protestante rechtbank. Deze veroordeelde hem tot de brandstapel. Even was er sprake van, om Servet eerst te doden met het zwaard en dan pas te verbranden. Maar het Geneefse hof besloot hem levend te verbranden. Bij de tenuitvoerlegging van het vonnis ging er ook nog van alles mis, waardoor het sterven nodeloos lang duurde. Calvijn zelf gaf Servet pastorale bijstand bij zijn executie.

 


Holland


De aanleiding van de strijd van de protestante staten aan de Noordzee tegen het katholieke Spanje was de Beeldenstorm. Hierbij werden katholieke kerken door woedende protestante volksmassa’s geplunderd en vernield. Deze Beeldenstorm was grotendeels niet georganiseerd, hoewel Calvijn eigenlijk vond, dat de beelden door de overheid verwijderd dienden te worden en niet door een wilde volksmenigte.

Zelfs de islamieten bemoeide zich met de Beeldenstorm. Suleyman I, heerser van het machtige Ottomaanse rijk, bood aan de Beeldenstorm te financieren en militair bij te staan. De haat tegen de katholieken was dermate groot, dat de geuzen (een soort vrijwillige marine-kapervloot van de protestantse opstandelingen) een eremunt lieten slaan voor deze sultan met de tekst:

'' ....Liever Turcks dan Paaps...."


De koning van Spanje, die zichzelf als de "ridder van christus" beschouwde, stuurde in overleg met de paus een enorm leger onder leiding van Alva en een nog grotere vloot, de Armada, onder gezag van Medina Sidonia. Deze grootschalige veldtocht van het katholieke Spanje tegen de protestante Hollandse Republiek kan in theorie als één van de laatste stuiptrekkingen van de kruistochten beschouwd worden!


Een veel gebruikt 'middel' van de protestante ketters tegen de katholieken waren kapers. Deze kapers hadden meestal een zogenaamde kaperbrief, op grond waarvan ze schepen van andere landen mochten aanvallen; ook burger schepen. Overheden, die deze kaperbrieven uitreikten, hadden op die manier een soort marine en deelden vaak mee in de buit. Zo ook Willem van Oranje, de politiek-militaire leider van de protestante opstand tegen het katholieke Spanje. Hij had een kaperbrief uitgereikt aan de watergeuzen en de Oranjes kregen 10 % van de oorlogsbuit. Vooral het kapen van de Spaanse zilvervloot door Piet Hein maakte ze schatrijk. Maar tot ongenoegen van Oranje sloegen de geuzen vaak door:


In 1571 plunderden ze Monnickendam en Schellingwoude.
Een jaar later veroverden ze Gorinchem. Hierbij werd een waar bloedbad aangericht onder de katholieken: Zeventien priesters plus twee gewone katholieken werden gearresteerd, gruwelijk gemarteld en naar Den Briel gevoerd. Daar aangekomen moesten ze in hun ondergoed rondjes rond hun galg lopen. Vervolgens werden ze voor de keus gesteld zich te bekeren tot het protestante geloof, of te sterven. Ze kozen voor het laatste. Eén van de katholieken had een tatoeage op zijn arm, waaruit bleek, dat hij op kruisvaart was geweest (in de zestiende eeuw !). De tatoeage werd eerst weggesneden, want de haat tegen de 'papen', was groter dan de haat tegen de moslims. Alle negentien vonden de dood door ophanging op de Grote Markt van Den Briel. Hun lichamen werden van de geslachtsdelen ontdaan en nog verder verminkt (kleine delen van de stoffelijke overschotten worden nu nog bewaard als relikwieën in een katholieke kerk in Brussel). Later op de dag werden nog meer katholieke priesters verbrand.
In 1577 is het weer raak: Er vindt in Gent een staatsgreep plaats van radicale calvinisten. Die waren begonnen met het bekeren van katholieken onder dwang, terwijl alle katholieke geestelijken de stad uit moesten.
In Antwerpen vinden er antikatholieke rellen plaats, waarbij het Oranje nauwelijks lukt, het leven te redden van 180 katholieken, waaronder de aartsbisschop.
Willem van Oranje vond, dat de radicale protestanten in hun geloofsijver veel te ver gingen en op die manier de eenheid tussen de gematigd protestanten in het zuiden en de radicalere provincies in het noorden in gevaar brachten. Oranje was in zijn denken erg beïnvloed door Erasmus en wilde daarom niet zozeer een protestantse staatskerk, maar godsdienstvrijheid. Zo beschermde hij Descartes tegen een overijverig protestant universiteitsbestuur, dat hem eruit wou werken. Descartes werd trouwens ook gehaat door de katholieken. Door beide zijden werd hij van atheïsme beschuldigd, maar de prins van Oranje nam hem altijd in bescherming.
Ook bij het beleg van Bredevoort in 1595 was men van protestante zijde niet kinderachtig. Alle Spaanse troepen die aanwezig waren, werden vermoord en het stadje werd twee dagen geplunderd en geterroriseerd.


Het twaalfjarig bestand aan het begin van de zeventiende eeuw was een periode, waarin de protestanten niet tegen het katholieke Spanje vochten, maar tegen elkaar. De Preciesen tegen de Rekkelijken. Godsdienst was overigens niet de enige inzet in dit conflict; het ging ook om politiek. Het was ook een strijd tussen Oranje en de regenten, vertegenwoordigd door Oldenbarnevelt. Zo wilde Oldenbarnevelt vrede met de Spanje, maar Oranje wilde doorvechten, waarschijnlijk omdat de familie Oranje 10% van alle oorlogsbuit kreeg. Een van de belangrijkste strijdpunten was, of de Republiek een protestante staat met een dwingende staatskerk (de preciezen) moest worden, dan wel een land met godsdienstvrijheid (de rekkelijken). Op het toppunt van wat eigenlijk een burgeroorlog was liet prins Maurits, die Willem intussen had opgevolgd, Oldenbarnevelt arresteren en op het Haagse Binnenhof in het openbaar onthoofden.


De slavenhandel maakte deel uit van de zogenaamde driehoekshandel. De Hollandse protestanten hadden namelijk ontdekt, dat negers in het Caribische gebied en Noord-Amerika een goede prijs opbrachten en dat je ze in Afrika gewoon kon vangen. Het waren toch maar heidenen en die vielen niet onder het eerste gebod. Handig en verstandig: Je deed onze lieve heer een plezier, want die had ook een hekel aan heidenen en je hield er nog wat aan over ook. Deze driehoekshandel kwam op het volgende neer: Je ging met een schip met spiegeltjes en kraaltjes uit Amsterdam naar Afrika. Daar ruilde je de spiegeltjes en kraaltjes in voor een scheepsruim vol slaven, waar je mee naar Amerika vaarde. In Amerika ruilde je de slaven in voor suiker, rum, cacao, katoen en tabak, waarna de thuisreis aanving. In Amsterdam, en in heel Europa, brachten dit soort producten goud op. Ook kwam het wel eens voor, dat de handelaren de slaven gratis meekregen, als het om veroordeelde misdadigers ging, of een Afrikaanse heerser, die van z'n politieke tegenstanders af wou.
De prijs van een slaaf varieerde nogal door de eeuwen heen: In 1415 gaven de Arabieren een paard voor vijftien negers. Later moest men een geweer leveren voor een slaaf. In de zeventiende eeuw werden er echter al bedragen van 100 gulden voor één slaaf genoemd. Klanten, die een suikerplantage hadden kregen korting en één derde van de prijs moest altijd in suiker worden betaald. Slaven van zes tot vijftien jaar telden als drie voor de prijs van twee; en onder de zes als drie voor de prijs van één. Getallen over aantallen slaven staan niet vast. Er wordt beweerd, dat er 15 miljoen slaven zijn verscheept; hoeveel het hebben overleefd staat ook niet vast. Geschat wordt ongeveer de helft.
De Engelsen, die naast de Hollanders een groot aandeel hadden in de slavenhandel, waren toch één van de eersten, die de slavernij afschaften. Bradlaugh*, met zijn dochter Hypatia, was als seculier-atheïstisch politicus één van de eersten, die de legitimiteit van slavernij ter discussie stelde. Hij werd aanvankelijk enorm tegengewerkt door de regering, maar vooral door de kerk. Religie werd gebruikt om het houden van slaven goed te praten: "Het waren goddelozen; wij waren christelijk en ongetwijfeld was het de wil van de heer, dat die negers aan ons onderworpen waren en niet omgekeerd". In de loop van de negentiende eeuw werd het onder invloed van het gelijkheidsprincipe van de Verlichting steeds moeilijker dit standpunt vol te houden. In Nederlands-Indië werd de slavernij overigens pas in de twintigste eeuw afgeschaft.


De protestante opstand van de zeven 'staeten' aan de Noordzee tegen het katholieke Spanje heeft 80 jaar geduurd, maar was uiterst succesvol voor de Republiek. Aan het begin van de oorlog was Spanje rijk en machtig en de Republiek arm en onderworpen. Na de oorlog was het andersom ! De Republiek was uitgegroeid tot een wereldmacht met het monopolie op de wereldhandel. Officieel werd de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën pas in 1648 erkend. De rest van Europa vond een land zonder koning wel wat vreemd. En het was inderdaad een novum. Ons land was de eerste republiek van Europa ! Frankrijk is pas een republiek sinds 1789 en de fransen zijn er uitgesproken trots op. Nederland was al lang voor 1648 een republiek en niemand schijnt dat van belang te vinden. Professor Israël merkt in dit verband terecht op, dat we een stuk traditie, namelijk onze republikeinse traditie, verkwanselen.

 


Hoe is het de belangrijkste seculiere denkers sinds de Reformatie vergaan?


Bruno is weliswaar levend verbrand door het Vaticaan, maar hij is tijdens zijn leven net zo hard vervolgd door de lutheranen en de calvinisten. Zijn misdaad bestond eruit, dat hij seculier dacht. Hij vond, dat de zon een ster was, net als alle andere sterren.
Descartes stond op de straflijst bij de katholieken, maar moest door Willem van Oranje in bescherming worden genomen tegen radicale protestanten, die hem wilden vervolgen. Hij was het eens met Bruno en Gallileo, dat de aarde om de zon draaide. Volgens protestants Amsterdam en katholiek Rome leidde dit tot atheïsme.
Spinoza werd zijn leven lang geterroriseerd door protestanten en katholieken, terwijl fanatieke joden zelfs een moordaanslag op hem hebben beraamd. Hij stelde, dat rede en religie onverenigbaar zijn en werd dus ook van atheïsme beschuldigd. Eeuwenlang werden in heel Europa de woorden 'atheïst' en 'spinozist', door elkaar gebruikt.
Hobbes kreeg een publicatieverbod en het Britse Lagerhuis stelde een onderzoek naar hem in, omdat hij 'atheïstische geschriften' zou verspreiden. Hij had onder meer geschreven, dat het menselijk voorstellingsvermogen niet in staat is, om zich zelfs maar een god voor te stellen. En hij was het eens met Spinoza.
Bayle, die ook de rede boven het geloof stelde, moest uit Frankrijk vluchten, omdat hij ketters zou denken. Hij hield onder andere vol, dat christendom in moreel opzicht niet boven het atheïsme stond en hij verheerlijkte de atheïstische dichter Epicurus. In Rotterdam zorgde de calvinistisch-protestante Waalse Kerk ervoor, dat hij als hoogleraar werd ontslagen. Die universiteit heet nu trouwens de 'Erasmus Universiteit'.
Meslier vond christendom en geloof in het algemeen minderwaardig en zag er alleen maar negatieve dingen in: Het zou iedereen een stuk beter gaan, als we iedere vorm van religie zover mogelijk van ons af zouden werpen. Meslier ging er veiligheidshalve vanuit, dat het beter was, om na zijn dood te publiceren. Hij heeft dus zijn hele leven gezwegen uit angst voor de kerkelijke terreur.
Zelfs Hume werd atheïsme voor de voeten geworpen, ondanks het feit, dat het toen al tweede helft achttiende eeuw was !
d'Holbach, die ook in de achttiende eeuw leefde en het christendom omschreef, als een ziekelijke vorm van zelfontkenning, schreef onder pseudoniem om geen problemen te krijgen met het religiante establishment.
Volgens Fichte was het 'ik', datgene waarbinnen de werkelijkheid zich afspeelde en alles had daarom zijn bestaan eigenlijk aan het 'ik' te danken. Dit betekende, dat er geen plaats was voor een godsbegrip. Het kostte hem z'n hoogleraarstoel en hij moest de stad uit. Terwijl het al bijna de negentiende eeuw was !
Feuerbach was een voorloper van Freud en vond, dat religie een vorm van wensdenken was, die weinig met de werkelijkheid te maken had. Gelovigen werd geleerd van hun god te houden en agressief te zijn jegens niet-gelovigen. Ook hij leefde al in de negentiende eeuw, maar moest de universitaire wereld verlaten vanwege zijn atheïstische denkbeelden.
Bradlaugh, de atheïst-politicus, wou niet zweren op de Bijbel en raakte aanvankelijk niet alleen zijn parlementszetel kwijt, maar werd zelfs opgesloten, ondanks het feit dat hij een gekozen parlementariër was. Hij werd geboycot door de regering en door de posterijen. In 1882 werd Bradlaugh met de andere redactieleden van de Vrijdenker, een seculier blad, vervolgd voor blasfemie. Twee redactieleden werden schuldig gevonden en gestraft met gevangenisstraf.


Alle denkers moesten voorzichtig zijn: Niet publiceren, onder schuilnaam publiceren, nog niet publiceren, in Amsterdam publiceren en vooral: je voorzichtig en in bedekte termen uitdrukken. Bayle zegt bijvoorbeeld, "een societyt van atheïsten kan ook wel gereguleert zyn". Je moet natuurlijk tussen de regels door lezen, om te begrijpen, dat hij bedoelde, dat religie nergens op slaat en dat we er vanaf moeten. Hij schreef dit namelijk in de zeventiende eeuw, waarin het levensgevaarlijk was, om openlijk aan het bestaan van god te twijfelen. Je kreeg dan de protestanten èn de katholieken tegen je. In een dergelijk geval kon je alleen overleven, als je zeer goede relaties in regeringskringen had. Scotus, Wycliffe en Descartes zijn daar voorbeelden van. Maar ongelofelijk veel meer hebben het niet overleefd. Alles wat men in het verleden schreef, is dus gekleurd met de toenmalige tijdgeest. Een tijdgeest, die dermate met religie doordrenkt was, dat de doodstraf stond op 'niet meedoen'.
Als je naar iets door een rood filter kijkt, wordt het roder gekleurd dan werkelijk. Je zou het beeld dan achteraf moeten corrigeren voor rood, om een goed beeld te krijgen. Zo zouden we alles, wat we weten van de Oudheid, de Middeleeuwen en de periode vanaf de Reformatie eigenlijk moeten 'corrigeren voor religie'. Zo moeten we ons bijvoorbeeld goed realiseren, dat er in de Middeleeuwen veel meer atheïsten zijn geweest, dan lijkt. Want die lieten niets blijken, schreven niets op en uit niets blijkt achteraf hun aanwezigheid. Ons zicht op de geschiedenis is vertroebeld door religie.

De geschiedenis zou eigenlijk opnieuw geschreven moeten worden vanuit seculier perspectief !



Katholicisme in de achttiende eeuw


De Verlichting was een in alle opzichten modernere periode dan de Reformatie. Er was veel meer plaats voor het rationele, veel minder voor het godsdienstige. Wetenschap was volkomen geaccepteerd en heksenprocessen kwamen niet meer voor. Doordat de censuur was verdwenen, werden er opeens veel meer boeken gedrukt. Zelfs zo veel meer, dat je kunt stellen, dat Europa in de achttiende eeuw is gaan lezen (Israël).


Maar religiante geweldpleging en terreur gingen gewoon door:
Chevalier de la Barre, een jonge man van 19 jaar en een paar van zijn vrienden waren op een dag in 1765 in een baldadige bui en weigerden hun hoed af te nemen voor een processie, die voorbij kwam. Ook zongen ze antireligieuze liederen, waarin de heilige maagd Maria een hoer werd genoemd. De bisschop, die zich al lange tijd ergerde aan het goddeloze gedrag van zijn tijdgenoten, besloot dat er een voorbeeld gesteld moest worden.
De Chevalier, die dacht alleen maar een beetje provocerend op te treden, werd veroordeeld tot kleine- en grote foltering. Zijn rechter hand werd afgehakt en zijn tong werd afgesneden, indien hij hem ver genoeg uitstak. Anders zou zijn tong worden uitgerukt. De kerkelijke rechtbank wilde het namelijk onmogelijk maken, dat de veroordeelde op het schavot nog allerlei ketterse uitspraken deed. Ze had daar 'vervelende ervaringen' mee. Vervolgens werd de la Barre op 1 juli publiekelijk onthoofd en verbrand.
Bij één van zijn vrienden, die met hem had 'samengespannen' in zijn godlasterlijke gedrag, werd eveneens de tong verwijderd en voor het hoofdportaal van de kerk werd ook zijn rechterhand afgehakt. Vervolgens werd hij op een vuilniskar naar het centrale marktplein gevoerd, omdat daar genoeg plaats was voor een grote menigte. Daar aangekomen werd hij vastgeketend op een ijzeren rooster en verbrand op een klein vuur. Een tweede vriend van de la Barre besloot de bui niet af te wachten en vluchtte naar Holland.

In Frankrijk, met z'n waardering voor de Laïcité, dat onder meer een strikte scheiding tussen kerk en staat betekent, is 1 juli, de dag dat Chevalier de la Barre de vuurdood stierf, de min of meer officieel erkende "Dag van het Atheïsme".



Protestantisme èn Katholicisme


De Heilige Alliantie was een soort superbondgenootschap, gevormd in 1815 door bijna alle Europese staten in reactie op de Franse Revolutie: De ideeën van de Franse Revolutie waren goddeloos en het zou goed zijn om een gezamenlijk katholiekprotestant initiatief te ontwikkelen om een religieus kerkelijk tegenwicht te bieden, om Europa te behoeden voor het verder afglijden naar secularisme. Alle staten deden mee, behalve het Vaticaan, want er zou een protestant aan het hoofd staan en dat kon niet. Engeland deed ook niet mee, vanwege een juridisch probleem en Turkije mocht niet mee doen, omdat het niet christelijk was. De Heilige Alliantie heeft eigenlijk nooit iets bereikt en is daardoor 'in schone schijn gestorven'. Belangrijk is, dat dit één van de zeldzame gelegenheden was, waarbij katholieken en protestanten samenwerkten. De eerste keer was bij het bestrijden van de wederdopers in Munster in 1530, maar deze keer zakte de strijd tegen de goddelozen al in, voordat ze begonnen was. De Alliantie werd met veel tromgeroffel aangekondigd -men zou de atheïstische ideologie van de Franse revolutie wel even in de kiem smoren- maar de verlichtingsideeën, zoals die gebaseerd waren op individuele vrijheid, democratie en gelijkheid, hadden grotendeels post gevat in Europa en gingen nooit meer weg. Heilige Alliantie of niet.
Interessant detail is, dat een veiligheidsadviseur van voormalig Amerikaans president Jimmy Carter het nodig vond, een alliantie te vormen tegen de moslims, die volgens hem te vergelijken zou zijn met de Heilige Alliantie. Die Alliantie is er nooit gekomen, maar we hebben natuurlijk wel de NAVO, wat in feite iets dergelijks is; behalve dat de NAVO echt oorlog voert.


Shelley was tijdens zijn leven een zeer omstreden dichter. Zijn werk werd zeer bekend. Ook nu wordt hij nog veel gelezen. Mick Jagger las heel smaakvol een gedicht van Shelley voor, toen hij aan het begin van één van zijn optredens de dood van één van de bandleden, Brian Jones, moest aankondigen. Shelley leefde eind achttiende, begin negentiende eeuw. Hij schreef aan het begin van zijn studententijd aan de universiteit van Oxford een pamflet met een nogal Spinozaanse inslag: Hij stelde hierin, dat er geen enkel bewijs is voor het bestaan van god en dat het dus ook onzin is, om ervan uit te gaan, dat hij wel zou bestaan. Het pamflet heette: 'The Necessity of Atheïsm'.
Shelley werd onmiddellijk van de universiteit gestuurd en de zaak veroorzaakte een levenslange breuk met zijn vader. Ondanks zijn literaire gave, was hij door zijn atheïsme dermate impopulair, dat men in Engeland bij zijn dood opgelucht reageerde en opmerkte:


"....Shelley de atheïst is dood. Nu weet hij of er een god bestaat of niet...."


De Antithese speelde in de Nederlandse politiek ruwweg vanaf eind negentiende eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het was een idee van de beroemde conservatief Abraham Kuyper, een predikant die vond dat katholieken en protestanten samen moesten werken, om op die manier te voorkomen, dat de seculiere partijen de macht zouden krijgen. Waarschijnlijk noemde hij het daarom de antithese. Die seculiere partijen bestonden uit socialisten en liberalen. De socialisten moesten in die dagen niets van godsdienst hebben en de liberalen waren minstens zo antiklerikaal. Marx noemde geloof 'opium voor het volk'. En de liberalen waren voor scheiding van kerk en staat. Overal in Europa rukte het liberalisme enerzijds en het socialisme anderzijds op. Het politieke meesterschap van Kuyper kwam erop neer, dat hij de gelovige socialisten en de gelovige liberalen los wist te weken uit het progressieve blok en onder confessionele vlag wist te brengen. Vergelijkbaar met (tot voor kort) het CDA in de Nederlandse politiek. Door de tegenstelling conservatief versus progressief te vervangen door de tegenstelling religieus versus atheïstisch, zorgde Kuyper er voor, dat de confessionele partijen jaren lang de macht konden behouden. Eigenlijk stelde hij religie tegenover de vooruitstrevendheid van het socialisme en het liberalisme en heeft daardoor jarenlang de Nederlandse politiek kunnen domineren. Hij was van mening, dat de soevereiniteit van de regering van god kwam en niet van het volk.
Kuyper heeft er onder meer voor gezorgd, dat het Nederlandse onderwijs op confessionele grondslag plaats vindt. De zogenaamde schoolstrijd werd door hem glansrijk gewonnen: Nu nog hebben we, in Nederland, scholen op basis van allerlei irrationele geloofsstromingen, terwijl bijvoorbeeld Frankrijk met haar Laïcité laat zien, dat het ook anders kan. Het wordt in Nederland, de voormalige Republiek, tijd voor een nieuwe schoolstrijd. Tijd voor atheïstisch seculiere politiek ! Het grootste deel van de bevolking is seculier en moet meebetalen aan het religiant-occulte onderwijs van een confessionele minderheid. Maar het belangrijkste argument blijft natuurlijk de gedachte achter de Verlichting en de Franse L'aïcité, namelijk dat religie niet in het onderwijs thuis hoort.

 


Katholicisme en Fascisme


Pavelic was een overtuigd katholiek, de paus liet hem zelfs op audiëntie komen, maar hij was er ook van overtuigd, dat zijn vaderland Kroatië gezuiverd moest worden van Serviërs, Joden, Zigeuners en antifascistische Kroaten. Kortom, iedereen die niet katholiek en niet fascistisch was, moest opgeruimd worden. Hij was van plan om één derde van de bevolking te assimileren. Die zouden in opvoedingskampen onder geweld gedwongen worden zich te bekeren tot het katholicisme. Eén derde moest gedeporteerd worden en één derde moest uitgeroeid worden, want dat waren 'unter-menschen'. Pavelic vond, dat Kroaten Arisch waren, net als Duitsers. Althans, als ze 'netjes' katholiek waren.
Pavelic richtte daarom in 1929 de Ustase op, die zou uitblinken in moordaanslagen en andere vormen van terreur. Ze werden, onder andere in financieel opzicht, gesteund door de Italiaanse fascisten en de katholieke kerk. Het doel was een raszuiver, katholiek Kroatië. In het kader daarvan werd een aanzienlijk aantal moordaanslagen gepleegd; onder meer op de Joegoslavische koning Alexander in 1934. Pavelic werd hiervoor in Frankrijk bij verstek ter dood veroordeeld, maar werd door Italië, waar hij zich toen bevond, niet uitgeleverd, omdat hij de bescherming genoot van Mussolini. Toen de Duitsers in 1941 Kroatië binnen vielen, betekende dit, dat Pavlic de macht kreeg, als fascistische stroman van Hitler en Mussolini. Hij kon toen zijn katholiekfascistische heilstaat stichten: dat wil zeggen dat er in concentratie kamp Jasenovac ruim een half miljoen mensen, voornamelijk niet Arische en niet katholieke 'elementen', werden omgebracht. Op een bevolking van enkele miljoenen is dit inderdaad ongeveer één derde (!). Uit onderzoek achteraf bleek, dat veel slachtoffers afschuwelijk verminkt waren. Velen werden gemarteld, voordat ze werden vermoord. De kampbewaarders van Jasenovac hielden onder elkaar wedstrijden, wie in de kortste tijd de meeste gevangenen kon doden. Katholieke priesters en monniken namen deel aan razzia’s en de massale moordpartijen met messen, bijlen en vleeshaken. Zelfs Duitse SS officieren waren geschokt door de wreedheid van de katholieke nationalisten !
Tegen het einde van de oorlog werden de Duitsers verdreven uit Kroatië en Pavelic en een aantal Ustasi vluchtten naar Oostenrijk. De haat tegen de Ustase was echter zo groot, dat ze door de Britten bij de grens werden teruggestuurd, opdat ze in handen zouden vallen van de communistische partizanen van Tito, die inderdaad korte metten met ze maakten: De meeste werden onmiddellijk zonder vorm van proces terechtgesteld; een massaslachting die bekend staat als het Bloedbad van Bleiburg. Pavelic wist echter met de staatskas te ontkomen naar Italië, waar hij werd verborgen door de katholieken in het klooster van San Girolamo in Rome dat een centrum was van fascistisch-Kroatische activiteit. Na enige tijd ging Pavelic naar Argentinië, van waaruit hij nog jaren gewelddadige activiteiten van de Ustase organiseerde, zoals de moord op de Joegoslavische ambassadeur in Zweden. In Argentinië werd Pavlic 'veiligheidsadviseur' van president Peron, maar na een mislukte aanslag op zijn leven, besloot hij in 1957 naar het katholisch-fascistische Spanje van Franco te verhuizen. Kort daarna overleed hij aan de gevolgen van schotwonden.


Mussolini is na Hitler min of meer de bekendste fascist. Ook van Mussolini, net als van Pavelic, lopen er korte lijnen naar het katholicisme. Zelfs zo kort, dat het reëel is te spreken van Katholisch-Fascisme.
Mussolini wist premier te worden van een coalitiekabinet van fascisten, katholieken, liberalen en socialisten, maar vanaf ongeveer 1924 regeerde hij per volmacht en liet hij zich de Duce noemen. Paus Pius XI noemde hem:


"....Een man, die door de voorzienigheid is gestuurd...."


Het Nederlands protestants-christelijke (!) jongerenweekblad Timotheus, aflevering 20 november 1926, liet weten, dat...


"....Mussolini een geweldig organisatorisch talent had, en dat hij het vadsig-luie, onbetrouwbare Italiaanse ras wilde maken tot een volk van vlijtige en eerlijke werkers...."


In 1929 sloot Mussolini een zogenaamd 'concordaat', het 'Verdrag van Lateranen', met de Italiaanse katholieke kerk. Dit kwam erop neer, dat het Vaticaan door de Duce als zelfstandig, soeverein land werd erkend, het katholiek onderwijs werd gehandhaafd en de katholieke jeugdbeweging mocht blijven bestaan. In ruil daarvoor 'kreeg' Mussolini alle (!) politieke medewerking van de katholieke kerk voor zijn politiek. Een politiek, die tot steeds meer antisemitisme leidde, maar ook tot steeds meer terreur jegens iedereen, die niet fascistisch of niet katholiek was. In 1938 voerde Mussolini in navolging van Hitler zijn anti-rassen wetten in: Gemengde huwelijken tussen joden en niet-joden werden verboden. Joodse kinderen mochten de schoolbanken niet meer delen met Italiaanse kinderen en moesten voortaan naar aparte scholen. Ze mochten geen ambtenaar zijn en geen lid van de partij. Huwelijken tussen zwarte Ethiopiërs en Italianen werden verboden. Italië moest raszuiver worden.
Zo lang Hitler succes had, kwam Mussolini ook steeds verder. Maar toen Hitler in Europa steeds meer terrein verloor aan de Geallieerden, begon ook de ineenstorting van het 'rijk' van de Duce.
Aan het einde van de oorlog werd hij door partizanen, die met de Geallieerden meevochten, doodgeschoten en zijn lijk werd verminkt. Maar weer was het de kerk, die hem zelfs na zijn dood te hulp sprong. Zijn lichaam werd uit een voorlopig graf gestolen om losgeld te eisen. Maar niemand had er geld voor over en uiteindelijk ontfermde het (katholieke) klooster van Milaan zich over het overschot. De abt van het klooster zorgde voor een waardige maar stilgehouden begrafenis en het lijk van Mussolini werd uiteindelijk bijgezet onder het altaar van het klooster van Legnano. Te Mezzegra, de plaats van zijn executie, plaatste men een kruis, dat er nu nog staat!


Tiso was een Slowaakse rooms-katholiek, die in 1910 tot priester werd gewijd en het zelfs tot hulpbisschop bracht. Vanaf 1925 zat hij in het parlement als vertegenwoordiger van de katholiek georiënteerde Slowaakse Volkspartij. In 1939 wist hij als marionet van Hitler de macht in Slowakije te verkrijgen en startte intensieve terreuracties tegen niet-fascisten en niet-katholieken. Tijdens Tiso's regering werden er 58.000 Slowaakse joodse mannen weggevoerd naar Duitse dwangarbeiderskampen. De nazi’s betaalden 500 Reichsmark per gedeporteerde jood aan de regering van Tiso die de achtergebleven vrouwen en kinderen, naar Duits voorbeeld, in aparte getto’s liet wonen. De volgende uitspraak van Tiso laat duidelijk zien, dat er ook in zijn geval evenals bij Pavelic en Mussolini, sprake is van een breed raakvlak tussen fascisme en katholicisme:


".... Joodse elementen hebben het leven van de Slowaken bedreigd, daarvan hoef ik niemand te overtuigen....Het is een feit.... Slowakije zal er slechter voorstaan, als we ons niet op tijd van de Joden ontdoen.... We volgen slechts het woord van god, dat zegt: Slowakije ontdoe u van de Joden, ontdoe u van uw vijanden.... Ik weet zeker, dat de katholieken in de toekomst onze huidige trouw aan Duitsland toch als een deugd zullen zien...."


In 1945 wordt Slowakije door de Russen onder de voet gelopen en Tiso vlucht naar Duitsland. Daar wordt hij echter opgepakt door de Geallieerden en weer teruggestuurd naar Slowakije. In 1947 wordt hij ter dood veroordeeld en opgehangen, ondanks hevige protesten van de zijde van het Vaticaan, dat hem als een held bleef beschouwen.

 


Hitler


Zoals er een duidelijke lijn loopt van het katholicisme van Rome naar het fascisme van Pavelic, Mussolini en Tiso, loopt er een nog duidelijkere lijn naar het fascisme en de terreur van Hitler en zijn nazi’s. Ook Hitler ging, net als Mussolini, in 1933 een overeenkomst met de katholieke kerk aan: Het zogenaamde Concordaat van Rome, wat erop neer kwam, dat de nazi’s het katholicisme zouden toestaan en in ruil zouden de katholieken geen samenwerking meer aangaan met liberalen en sociaaldemocraten, maar met de nationaalsocialisten. Hitler kreeg de katholieken op een presenteerblaadje aangeboden. Passage 44 uit dit concordaat luidt:


"...De benoemingen van aartsbisschoppen, bisschoppen en dergelijke zullen niet eerder worden bekendgemaakt dan nadat de rijksstadhouder zich er naar behoren van vergewist heeft dat er geen bezwaren van algemeen politieke aard bestaan...."


De ratificatie van dit verdrag werd gevierd met een kerkdienst, waarin pater Marianus Vetter zijn dankbaarheid uitsprak voor de overeenkomst tussen de Führer en de heilige vader en hij merkte op, dat Hitler:


".... Alom bekend staat om zijn toewijding aan god en zijn zorg voor het Duitse volk...."


En ook kardinaal Faulhaber stak zijn enthousiasme over het concordaat niet onder kerkstoelen of banken. Toen Hermann Göring, de rechterhand van de Führer bij de paus in Rome op audiëntie was, vroeg de kardinaal aan Göring de volgende boodschap aan Hitler over te brengen:


"....Als hoofd van het Duitse Rijk bent u voor ons het door god gevestigd gezag, de rechtmatige overheid, aan wie wij in geweten eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd zijn....”


De SS, Hitlers gevreesde militaire elite, bestond voor 25 % uit katholieken !
Toen Hitler Oostenrijk binnentrok, de Anschluss, juichte de kardinaal hem toe !
Van alle nazi kopstukken werd alleen Goebbels iets verweten, namelijk dat hij met een protestante vrouw was getrouwd ! De andere nazi’s waren volgens de katholieken keurige heren.

Duitse soldaten hadden op hun koppel staan:


"....Gott mit uns...."


Ook stelden de katholieken zich 'sympathiek' op, toen Hitler jarig was: Alle kerken staken de vlag uit.
In 1939 liepen de Duitse horden Polen met hun Blitzkrieg onder de voet: De Duitse en de Oostenrijkse bisschoppen lieten alle kerkklokken luiden !
Doodstil daarentegen bleef het van katholieke zijde over de Jodenvergassingen en de terreur tegen iedereen, die anders dacht dan de fascisten.
Paus Pius XII nam, zodra hij tot paus was gekozen, eerst de maatregel van zijn voorganger terug, waarin racisme verboden werd, en hij tekende een verklaring van de Geallieerden, waarin de uitroeiing van de joden werd veroordeeld, niet ! Nooit gaf deze paus aan zijn bisschoppen zelfs maar richtlijnen, over hoe ze zich moesten opstellen tegen de Jodenvernietiging. Nooit heeft deze paus iets van zich laten horen over de

concentratiekampen, terwijl de meesten al lang voor de oorlog bekend waren; er werd openlijk in de pers over geschreven. Verhofstadt noemt hem in zijn Pius XII en de Vernietiging van de Joden de 'zwijgpaus'. Dezelfde paus schaarde zich achter de uitspraak van een Pools kardinaal, die het nodig vond om op te merken:


"....De pogroms worden tot op zekere hoogte door de joden zelf veroorzaakt...."


Ronduit enthousiast was het Vaticaan over operatie Barbarossa, Hitlers inval in Rusland. De veldtocht werd beschreven als 'een van god gezonden kruistocht' tegen het atheïstische bolsjewisme van Stalin. De gedachten van Pius XII moeten zeker bij de soldaten aan het front zijn geweest, want toen een journalist van L' Osservatore Romano, de officiële krant van het Vaticaan, hem vroeg, waarom hij niet had geprotesteerd tegen de vernietiging van 6 miljoen joden, zigeuners en homofielen, antwoordde de paus:


"....Lieve vriend, vergeet niet, dat er in het Duitse leger miljoenen katholieken zijn. Moet ik hen in een gewetensconflict brengen....?"


Na de oorlog was het de katholieke kerk, die de helpende hand bood bij allerlei ontsnappingroutes voor vluchtende fascisten. Het waren vooral de katholieke landen, waar de nazi’s welkom waren: Diverse Zuid-Amerikaanse landen, Italië en Spanje.


Bisschop Hudal prees zich na 1945 gelukkig met het feit, dat hij een aantal oorlogsmisdadigers had helpen ontkomen.

In 1948 verzocht de paus, nog steeds Pius XII, met alle bisschoppen aan de Amerikaanse president Harry Truman, om de overgebleven oorlogsmisdadigers niet meer te berechten. Een hoge Duitse kerkprelaat, ene kardinaal Von Galen, verklaarde zich tegen de Neurenberger processen, omdat die gericht zouden zijn op de 'ondermijning van het Duitse volk'.

 


De Holocaust

Zelfs de huidige paus zwijgt als het graf over de medewerking die de katholieke kerk gaf aan de grootste misdaad aller tijden: Voor het eerst in de geschiedenis werd er genocide gepleegd op industriële schaal, wat de verklaring is voor het feit, dat er novellen is omgekomen. Als een regering zes miljoen mensen vermoordt, dan is niet alleen de criminaliteit niet te overzien, maar de logistiek is natuurlijk ook enorm. Nooit werd er zoveel techniek gebruikt om zoveel mensen om te brengen. En de katholieke kerk....?
Ze stond erbij, en ze keek ernaar.

Verhofstadt concludeert in genoemd boek, dat hoe katholieker het land was, des te wreder de vervolgingen. En hij noemt niet alleen Pavelic, Mussolini, Tiso en Hitler, maar ook de gezamenlijk katholiekfascistische terreur in Polen, Hongarije en Litouwen. Overal in Europa, waar zich in het Interbellum en tijdens de Tweede Wereldoorlog fascisme voordeed, stonden de katholieken voorop. En meestal waren ze wreder dan de nazi’s zelf, net als tijdens de Middeleeuwen en de Reformatie. Verhofstadt merkt op:


"....Het instituut kerk, zoals het zich vòòr, tijdens en na de tweede wereldoorlog gedroeg, was een incarnatie van de duivel – om het met katholiektheologisch gezwets te verwoorden...."


Als je naar de aantallen moorden kijkt: 6 miljoen joden en nog tientallen andere miljoenen dissidenten, dan komt bij vrijwel iedereen de vraag op, hoe het zover heeft kunnen komen. Het lijkt een retorische vraag; toch is er wel een antwoord op te geven: Religie!
Verhofstadt merkte al op: de protestanten, met name de lutheranen, deden net zo hard mee.
Op de
eerste plaats was er natuurlijk al vanaf Augustinus een degelijke bodem gelegd voor antisemitisme vanuit het katholicisme. De "kerkvader", die in feite de aftrap gaf voor het antisemitisme in West-Europa zag de diaspora als Gods gerechtigde straf tegen de joden: Zij waren de schuld van de kruisdood van Jezus; zij waren de schurken. En hun ellende was hun eigen schuld: Hadden ze de 'waarheid van christus' maar moeten aanvaarden ! Aldus Augustinus.
Op de tweede plaats komt Luther met zijn ideeën over joden, die aan duidelijkheid niets te wensen over laten:


"....Joden zijn niet het 'uitverkoren volk', maar het volk van de duivel....We zijn fout, als we ze niet afslachten ....!"


Dat Luther hiermee de bodem legde voor het Duitse antisemitisme, blijkt onder meer uit het feit, dat hij vijfhonderd jaar later door Hitler 'één van de grootste hervormers' zou worden genoemd.
Als derde golf Jodenhaat kwamen daar de fascisten overheen.


Drie stromingen kwamen ruwweg vanaf 1930 tot 1945 in één Duitse bedding terecht. Dat is de verklaring voor de omvang van de Holocaust! Het antisemitisme is door de katholieken uitgevonden, door de protestanten 'verbeterd' en door de nazi’s toegepast.

Was Hitler een atheïst of een christen ? Die vraag is vaak gesteld. Als hij een atheïst was, dan was hij, net als veel andere nazi’s, duidelijk een religiante atheïst. De nazi’s waren in ieder geval een samenraapsel van religiante atheïsten en vooral katholieken.

 


LITERATUUR

Aristoteles: "Het opperwezen"; "Politica"
Bacon: "The Advancement of Learning"
Bailey: "The Greek Atomists and Epicurus"
Bayle: "Thoughts on the Comet"; "Historical and Critical Dictionary"
Bion: "Diatribae"
Boethius: "Consolatio"
Brendel: "Het Verraad van Links"
Bruno: "De l'Infinito, Universo e Mondi"
Caesar: "Oorlog in Gallie"
Carr: Wat is Geschiedenis"
Cliteur: "Moreel Esperanto"
Cornford: "From Religion to Philosophy"
Dante: "De Goddelijke Komedie"
Darwin: "Origen of Species"
Dawkins: "The Selfish Gene"; "The Blind Watchmaker"; "A Devil's Chaplain"; "The God    
Delusion"
Descartes: "Discours de la Methode"; "Meditations"; "Principia Philosophiae"
Diderot: "La Religieuse"; "Encyclopedie"
Diogenes Laertius: "Leven en leer van beroemde filosofen"
Einstein: "Die Grundlage der Allgemeinen Relativitäts-theorie"
Erasmus: "Lof der Zotheid"; "Contemptu Mundi"
Festinger: "A theorie of Cognitive Dissonance"
Fortuyn: "De Islamisering van Nederland"
Fresco: "Socrates"
Freud: "Het Ik en het Es"; "Neurose en psychose"; "Dwanghandelingen en godsdienstoefeningen"; "Het Onbehagen in de Cultuur"; "De Toekomst van een Illusie"; "Totem en Taboe"; "De Man Mozes en de Monotheistische Religie"
Fromm: "De Anst voor de Vrijheid"
Harris: "Van God Los"
Heisenberg: "Schritte über Grenzen"
Hitchens: "God is Niet Groot"
Huizinga: "Herfsttij der Middeleeuwen"
Israel: "De Republiek"; "Enlightenment Contested"
Lucretius: "De Rerum Natura"
Luther: "Over de Joden en hun leugens".
Marx: "Het Kapitaal"
Nietzsche: "De Anti-christ"; "Voorbij goed en kwaad"; "De Vrolijke Wetenschap"; "Genealogie der Moraal"; "Morgenrood"; "Menselijk al te Menselijk"
Palmer: "A History of the Modern World"
Plato: "De Staat"; "Apologie"; "Theaetetus"; "Phaedrus"; "De Sofist"
Russell: "Geschiedenis der Westerse Filosofie"; "Waarom ik geen christen ben"
Shelley: "De Noodzaak van het Atheisme"
Spinoza: "Ethica"; "Tractus Theologico-politicus"
Verhofstadt: "Pius XII en de Vernietiging van de Joden"
Verne: "De Reis om de Wereld in Tachtig Dagen"