- reset +
Home

AB-top

 

Wycliffe

 

Wycliffe leefde van 1320 tot 1384. Dit was een periode, die zich onderscheidt door het afnemende gezag van de paus, waarin we achteraf al een eerste aanzet tot de Renaissance en de Reformatie kunnen zien.

Hij was een geestelijke in Engeland, en kwam pas op vijftig-jarige leeftijd, tot wat zijn tijdgenoten "ketterij" noemden. Wycliffe leefde seculier en niet als monnik, ondanks het feit dat hij een "man van het kleed" was. Hij had aanvankelijk een hoge functie aan de universiteit van Oxford, maar later trok hij zich terug als plattelandspriester.

 

Zijn aanvallen op het pausdom waren eerst politiek van aard: Wat werd door Rome uitgemaakt en wat niet ? Pas later ging Wycliffe ook het katholicisme zelf aanvallen:

Hij begon, ongeveer in 1376 aan een reeks lezingen in Oxford, waarin hij onomwonden verkondigde, dat alleen eerlijke mensen aanspraak op bezit en macht konden maken en oneerlijke mensen niet en vooral de oneerlijke priesters niet ! Hij kreeg hier een flink aantal bedel-orden in mee, maar de orden die nogal rijk waren, waren het niet met hem eens. De regering was het wel met hem eens, want er moesten enorme bedragen aan kerkbelasting betaald worden aan Rome en het zou de koning erg goed uitkomen, als dat geld gewoon in Engeland kon blijven. Paus Gregorius veroordeelde Wycliffe, maar het volk en de regering juichtten hem toe en namen hem in bescherming. De universiteit van Oxford vond het zelfs nodig, om de paus "iedere jurisdictie over haar docenten te ontzeggen". De uitdrukking "academische vrijheid" werd naar aanleiding van deze kwestie toen voor het eerst gebruikt.

Intussen ging Wycliffe door met schrijven: De bisschoppen waren volgens hem gehoorzaamheid verschuldigd aan de koning en niet aan de paus. Toen het schisma in de katholieke kerk begon, noemde hij de paus een "anti-christ" en alle pausen vanaf Constatijn waren "afvalligen". Hij vertaalde het zogenaamde "vulgaat" in het engels. Het vulgaat is een volks-Latijnse versie van de bijbel. Ook stelde hij in navolging van Occam (zie: Occam) "arme-priesters" aan, die seculier waren. De bedel-orden, die het eerst wel met hem eens waren, keerden zich nu tegen hem. Uiteindelijk ging hij zover, dat hij de "transsubstantiatie" ontkende. De transsubstantiatie is een religiante wens-illusie in de Freudiaanse zin (zie: Freud): Het bloed en het lichaam van christus zouden te maken hebben met bepaalde vormen van voedsel en drank. Wycliffe schilderde de transsubstantiatie af als "bedrog" en "godslasterende waanzin".

 

 

21 Wycliffe