- reset +
Home

AB-top

 

Fichte

 

Fichte bracht het grootste deel van zijn leven door in Jena en Berlijn, van 1762 tot 1814,

Hij ontwikkelde een filosofie over wat het 'Ik' nu eigenlijk was. Eigenlijk is het een kennistheorie, zoals we er al een aantal zijn tegengekomen. Zelf noemde hij het zijn "Wissenschaftslehre".

 

Hij omschrijft het 'Ik' als datgene, waarbinnen de werkelijkheid zich afspeelt. Het 'Ik' kan niet denken, zonder aan 'iets' te denken. Je kunt alleen dingen waarnemen, die niet bij jezelf horen. Je kunt alleen dingen, die iets fundamenteel anders zijn dan jezelf, waarnemen. Het 'Ik' omvat dus de hele werkelijkheid, het creëert niet alleen zichzelf, maar ook de natuur en de kosmos. De kosmos, dus de hele werkelijkheid om het 'Ik' heen, is, volgens Fichte, slechts een 'emanatie' van het ego. Dingen bestaan alleen, als ze door iemand gedacht worden. Hij noemt de kosmos het 'niet-Ik'. En anders dan het 'Ik', leidt het slechts een relatief bestaan, terwijl het 'Ik' absoluut is.

Dit is niet een hyphothese, stelt Fichte maar een onontkoombare waarheid. De hele werkelijkheid was uit dit principe te herleiden en moest daar ook uit herleid worden.

Merk op, dat het eigenlijk een vorm van het cartesiaanse 'Cogito' is: je kan aan alles twijfelen, behalve aan jezelf (zie: Descartes).

Fichte's filosofie lijkt op het eerste gezicht extreem, maar later, als we de kwantumtheorie als kennistheorie beschouwen, zullen zijn standpunten minder vreemd lijken (zie: Kwantumtheorie, elders op site).

 

Hij vond het 'Ik', omdat dat alles wat er in het heelal was omvatte, dermate goddelijk, dat het daardoor onmogelijk was, dat er ook nog een god, buiten dat goddelijke 'Ik' kon bestaan. Ook het idee 'god' kon niet bestaan zonder dat het door het ik werd gedacht. God bestond dus niet, vond Fichte.

Het was voor het eerst, dat er op zo'n ondubbelzinnige manier het bestaan van god ontkend werd. Spinoza en Bayle hadden zich nog een beetje voorzichtig uitgedrukt (zie: Spinoza en Bayle). Meslier en d'Holbach hadden respectievelijk na hun dood en onder pseudoniem gepubliceerd, maar Fichte stelde het gewoon (zie: Meslier en d' Holbach). Er brak een storm van protest los, het kostte hem z'n betrekking als hoogleraar en hij moest de stad verlaten.

 

 

31 Fichte