- reset +
Home

AB-top

 

Bradlaugh

 

Bradlaugh was eigenlijk geen filosoof maar een politicus. Maar omdat zijn atheïstisch denken een goed beeld geeft van de tijdgeest in het negentiende eeuwse Engeland, mag hij bij een bespreking van het atheïstisch denken door de eeuwen heen niet ontbreken. Hij leefde van 1833 tot 1891. Als kind werd hij door z'n ouders verstoten, omdat hij het niet eens was met sommige geloofsartikelen. Hij begon merkwaardigerwijs als leraar op een zondagschool en wees de pastoor op niet minder dan 39 tegenstrijdigheden tussen de anglicaanse kerk en de bijbel. Hij werd daarop van atheïsme beschuldigd en moest het onderwijs uit.

 

Op volwassen leeftijd ging Bradlaugh steeds meer voelen voor het vrijdenken en gekoppeld daaraan, het atheïsme. Hij schreef hier pamfletten en artikelen over, maar onder pseudoniem. In 'A Plea for Atheïsm' beweert hij:

 

"....Het woord god betekent niets voor me; ik was dus verplicht naar de gelovigen te luisteren, om te weten te komen, wat het is. Men heeft het echter nooit goed uitgelegd, noch schijnt men het er over eens te zijn...."

 

Geleidelijk kreeg hij steeds meer aandacht voor zijn ideëen en kreeg steun van liberale en radicale groeperingen, waaronder de Secularists. In 1858 werd hij voorzitter van de 'London Secular Society' en twee jaar later redacteur van de seculiere krant de 'National Reformer'. En in 1866 richtte hij de 'National Secular Society' op. De Engelse regering vervolgde Bradlaugh hierom voor godlastering en opruiïng. Hij werd vrijgesproken, maar had de pers tegen zich.

Tien jaar later werkte hij mee aan de uitgave van een boek: "The Fruits of Philosophy, or the Private Companion of Young Married People"; (De vruchten van de filosofie, of de privé aangelegenheid van jonge getrouwde mensen). Dit boek ging over geboortebeperking en veroorzaakte daarom een schandaal in het victoriaanse negentiende eeuwse Engeland. Bradlaugh en de anderen, die hadden meegewerkt aan het boek, werden beschuldigd van obsceniteit en moesten voor de rechter verschijnen. Ze vroegen Charles Darwin om te getuigen, omdat ze zich onder meer beriepen op de evolutieleer, maar Darwin had daar geen zin in. Ze werden veroordeeld tot hoge boetes en een half jaar gevangenisstraf. Maar door een technische fout werd het vonnis nietig verklaard en kwamen ze weer vrij.

Ook was Bradlaugh op grond van zijn atheistische levensovertuiging tot de conclusie gekomen, dat vrouwen ook kiesrecht behoorden te krijgen, maar hij was tegen het socialisme. Dit laatste betekende, dat zijn seculiere beweging veel atheistische leden verloor, want socialisten waren in die tijd bijna altijd atheisten.

Maar Bradlaugh bleef politicus: Hij wist het voor elkaar te krijgen, dat de regering van koningin Victoria moest toestaan, dat de werkende klasse, de arbeiders, voor het eerst in de Britse geschiedenis, mochten stemmen.

In 1880 werd hij in het parlement gekozen voor Northampton en moest dus bij zijn inhuldiging de eed afleggen. Hij weigerde echter te zweren op de bijbel. Zijn zetel werd vervolgens ongeldig verklaard en hij moest het parlement verlaten. Toen hij dit weigerde, werd hij gearresteerd en zelfs opgesloten in de Big Ben. Zijn zetel werd herverkiesbaar gesteld, maar Bradlaugh werd weer gekozen. Weer weigerde hij op de bijbel te zweren, weer was hij zijn zetel kwijt en weer werd er een herverkiezing gehouden. In totaal gebeurde dit vier maal. Eén en ander betekende, dat er in 1888 een nieuwe wet kwam, die het mogelijk maakte om de parlementaire eed af te leggen, zonder de bijbel of god te noemen.

 

Bradlaugh en zijn medeseculieren zijn altijd geboycot en tegengewerkt door het monarchistisch religiante netwerk van koningin Victoria en de aartsbischop van Canterbury. Niet alleen heeft men geprobeerd Bradlaugh's parlementszetel af te pakken, maar pamfletten van zijn seculiere beweging werden vaak door de posterijen onderschept of zoek gemaakt. Openbare gebouwen mochten door zijn beweging niet voor vergaderingen gebruikt worden.

En in 1882 werd hij met de andere redactieleden van de Vrijdenker, een seculier blad, vervolgd voor blasfemie. Twee redactieleden werden schuldig gevonden en gestraft met gevangenisstraf.

In onze tijd zouden we spreken van een 'cordon sanitaire'. Hoewel dat zachtjes is uitgedrukt.

 

Bradlaugh stierf in 1891 en er waren 3000 rouwenden bij zijn begrafenis, onder wie Mahatma Ghandi, die een groot bewonderaar van hem was. Er staat een standbeeld van hem in Northhampton, dat met z'n wijsvingwer beschuldigend wijst in de richting van het stadscentrum en zelfs die vinger wordt nog steeds van tijd tot tijd vernield.

 

Eén van zijn dochters vernoemde hij naar Hypatia van Alexandrië, die in 415 door christelijke monniken werd verminkt en verscheurd, omdat ze heidens was. Hypatia zou het werk van haar vader voortzetten. Ze bedreef ook politiek vanuit een atheïstische visie en was tegen slavernij

(zie: "Religiant Geweld", elders op site). De christenen praatten slavernij goed, door er op te wijzen, dat het heidenen waren en dat je er daarom best in mocht handelen. Hypatia was atheïstisch, ging dus wat meer van het gelijkheidsprincipe van Spinoza en Bayle uit en vond slavernij wel verkeerd (zie: Spinoza en Bayle). Naarmate het secularisme toenam en het geloof in invloed afnam, werd slavernij steeds onhoudbaarder. Er was een flink stuk secularisatie voor nodig, om in te zien dat slavernij niet kon.

Vrouwen waren vrijwel altijd door religies onderdrukt, volgens Hypatia. Hoe geloviger een volk, des te lager de status van van hun vrouwen. Ook bracht religie met zich mee, dat mensen meer met hun god en het hiernamaals bezig waren dan met elkaar. Ze vond eigenlijk dat geloof a-sociaal maakte.

 

 

33 Bradlaugh