- reset +
Home

Over Nietzsche en de christelijke moraal

 

(door drs FC van Dongen)  

plus 5 citaten van Nietzsche

 

De belangrijkste werken van Friedrich Nietzsche zijn: "De Anti-christ", "Voorbij goed en kwaad", "Genealogie der moraal", "De vrolijke wetenschap", "Morgenrood", "Menselijk, al te menselijk" en "Aldus sprak Zarathoestra". Hoewel hij veel meer geschreven heeft.
Nietzsche schreef voornamelijk over de moraal. Hij schreef nauwelijks over cosmologie of over natuurwetenschap. Wat als een rode draad door z'n werk loopt, is dat je macht (te veel macht) kunt uitoefenen, als je medelijden weet op te wekken.
Hij onderscheidt zich voornamelijk van de andere "moraalsfilosofen" door dat hij de eerste was, die de moraal beschouwde van buiten de moraal. Hij vroeg zich bijvoorbeeld af: Hoe komen we eigenlijk aan de moraal ? Wat hebben we eraan ? Waarom is het ontstaan ? Wanneer is het ontstaan ? Hij bekeek de moraal en vond hem ziekelijk. Men noemt Nietzsche wel eens de "filosoof met de hamer".
Vrijwel alle andere belangrijke filosofen benaderde de moraal vanuit de moraal zelf en kwamen tot de conclusie, dat moraal iets heel moois was, dat eigenlijk de grootheid van de mens aantoonde: Het feit dat we een moraal hadden, zou een van de belangrijkste dingen zijn, die ons van de dieren onderscheidde. (Kant)

Nietzsche begon met te stellen, dat moraal iets was dat door de zwakkeren in de samenleving was uitgevonden en dan eigenlijk alleen nog maar, omdat ze er belang bij hadden. Iemand die met kracht in het leven stond, had er minder behoefte aan, omdat zo'n iemand natuurlijk prima voor zichzelf kon zorgen. Het waren degenen, die "ziek-zwak-en-misselijk" waren, die de meeste behoefte aan moraal hadden, omdat ze die moraal nodig hadden, om überhaupt in leven te blijven.
Nietzsche maakte onderscheid tussen twee soorten moraal: Een hoogstaande moraal, die gebaseerd was op kracht, macht, moed, intelligentie, hoogstaandheid, en succes; de "renaissance mens" enerzijds en de "decadente moraal" anderzijds, die gebaseerd was op lijden, ziekte en gebrek en een totale weigering om daar ook maar iets aan te doen, maar wel een appèl deed aan de anderen, die wel sterk waren. Volgens deze laatste "zieligheidsmoraal" stond de sterke mens eigenlijk volledig ten dienste van de zwakkere. (zie: "mauvais fois" bij Sartre) 
De moraal was volgens Nietzsche het resultaat van een strijd tussen de sterkere en de zwakkere. De sterkere buitte daar vooral zijn kracht bij uit en de zwakkere buitte daar vooral zijn zwakte bij uit. Tot aan ongeveer het jaar nul, dat wil zeggen in de Oudheid was het de sterkere, die "boven lag", maar vanaf (en door) de invoering van het christendom was het de zwakkere, die boven lag en de sterkere was de "underdog".

Want, wat was er gebeurt aan het begin van onze jaartelling, zo vroeg Nietzsche zich af ?

De joodse gemeenschap werd volkomen overspoeld door de Romeinse overmacht, waar ze in geen enkel opzicht tegenop konden. De Romeinen hadden daar niet de minste scrupules bij: Zij waren sterker dan de joden en daarom was het volkomen terecht, dat zij de joden overheersten; stel je voor dat het omgekeerd was ! Dat laatste zou volkomen onnatuurlijk zijn. De Romeinen vonden het volkomen logisch, dat zij de joden overheersten, omdat zij de sterkere waren en dus hadden gewonnen.
De joodse gemeenschap stond hier volkomen machteloos tegenover. Ze moesten dus een "list" verzinnen. Wat verzonnen de joden toen ? 

Het christendom.
Wat gaven ze de Romeinen ? 

Een nieuwe religie, waar ze zelf natuurlijk niet aan meededen. Het lukte deze nieuwe religie om de Romeinen schuldgevoel aan te brengen: de Romeinen moesten zich volgens deze nieuwe religie schamen voor hun kracht: Ze moesten hun "vijand liefhebben" in plaats van ze te verslaan. Ze mochten niet meer heersen door middel van het zwaard, maar er werd hun geleerd, dat ze zich moesten schamen voor dat zwaard. Het Romeinse zwaard moest worden omgesmeed tot een ploegschaar. Koud een paar honderd jaar later stortte het Romeinse rijk ineen. Zwak gemaakt door schuldgevoel, ingegeven door het christendom.
Nietzsche noemt het christendom dan ook de grootste rotstreek van het jodendom.
Het grootste en het prachtigste wereldrijk dat de mensheid ooit had gekend was verloren gegaan, want hun inwoners hadden geen respect meer voor krachtige mensen, maar alleen nog maar voor mensen, die openlijk hun zwakte etaleerden.
Nietzsche maakt een vergelijking met een kudde lammetjes, waarboven een groep roofvogels circelt en regelmatig een lammetje vangt en opeet. In de natuur geen ongewoon verschijnsel. De lammetjes staan hier volkomen machteloos tegenover. Ze kunnen er helemaal niets aan doen. Tenzij....ze de roofvogels schuldgevoel weten bij te brengen. Als het zou lukken, om de roofvogels schuldgevoel bij te brengen....als het zou lukken, om de roofvogels zich te laten schamen voor hun kracht, dan zou het afgelopen zijn. Als het zou lukken, om de roofvogels een slecht gevoel over zichzelf te geven, dan waren de lammetjes ervan af. Het zou misschien zelfs lukken, om de roofvogels te laten werken voor de lammetjes in plaats van andersom.
Het grootste bezwaar dat Nietzsche had tegen het christendom, was dan ook dat het de moraal omdraaide: De zwakkere moest heersen over de sterkere, terwijl volgens Nietzsche het omgekeerde natuurlijker en logischer was. "Heb je vijanden lief" was voor Nietzsche de omgekeerde wereld; een sterke persoonlijkheid versloeg juist zijn vijanden. En het was ook niet goed voor het nageslacht. Darwin had toen nog niets gepubliceerd over zijn "naturel selection", "survival of the fittest" enz. Je zou dus kunnen zeggen, dat Nietzsche de evolutie-filosofie van Darwin min of meer heeft voorspeld.
Deze moraals-omdraaiing zou volgens Nietzsche weer teruggedraaid moeten worden. Hij noemde dit: "Umwertung Aller Werte".

Socialisten waren volgens Nietzsche de "priesters-van-na-de-Industriële-Revolutie". Ook zij predikten voor de armen, de verdrukten, de arbeiders, die uitgebuit werden, kortom voor de zielepoten. En daarop baseerde ze vervolgens een machtspositie voor zichzelf; net als de christelijke priesters al twee duizend lang deden. Als de socialisten (namens de zielepoten) macht zouden krijgen, dan zou dat volgens Nietzsche weer een voorbeeld zijn van de zwakkeren, die heersen over de sterkeren, dus weer een moraalsomdraaiing.

 

Met het verheerlijken van zieken en zwakken, gingen de christenen het verst in de vereering van de crucifix. Wat zien we, als we naar de stervende Christus kijken, vroeg Nietzsche zich af. We zien iemand, die doodziek is, een vreselijke lijdensweg ondergaat en letterlijk en figuurlijk op sterven na dood is. Is het niet vreemd en op zich zelf ziekelijk, om dat te aanbidden ? Iemand, die bij zinnen is, vindt zoiets natuurlijk juist afschuwelijk.

Met de moraalsomdraaiing gingen de christenen ook te ver in het geval van het veroordelen van sexualiteit. Volgens de toenmalig heersende religieuze opvattingen, was sex in principe vies en zondig. Nietzsche merkt hierover op: "datgene wat vrijwel iedereens' diepst gevoelde behoefte is, hebben ze (het christendom) in een zonde doen verkeren. Datgene, waar men ten volle van zou kunnen genieten, bezorgt nu schuldgevoel. Eigenlijk heeft de christenheid de sexualiteit verziekt, door er een flinke dosis schuldgevoel aan toe te voegen. Hoeveel mensenlevens zijn hierdoor in afgelopen eeuwen mee verziekt ? Nietzsche noemde o.a. daarom het christendom de grootste rotstreek van de laatste twee duizend jaar.

 

Maar we laten nu de "filosoof met de hamer" uitgebreid zelf aan het woord. Let op het typisch negentiende-eeuwse taalgebruik.

 

1 citaat uit De ANTICHRIST :

 

"....Ik veroordeel het christendom met de meest verschrikkelijke beschuldiging, die een beschuldiger ooit in z'n mond heeft genomen: Het is de grootste corruptie, die je je kunt voorstellen; het is de ultieme corruptie en de slechtst denkbare corruptie. De christelijke kerk heeft niets onbezoedeld gelaten met z'n verloederende werking. Alles wat van waarde was, heeft het in waardeloosheid doen verkeren; iedere waarheid in een leugen veranderd; iedere vorm van integriteit in iets laag bij de gronds. Het leeft bij de gratie van ellende. Het creeert ellende om zelf te overleven. De zonde bijvoorbeeld is door de kerk uitgevonden en verbeterd: Deze "gelijkheid-van-iedere-ziel-voor-god" is de grootste leugen aller tijden en is het slechtste, dat de mensheid ooit is overkomen.

Om alles wat menselijk is, tegen te spreken.

Om het zichzelf geestelijk bevuilen tot een kunst te verheffen.

Om het liegen tot iedere prijs.

Om z'n aversie en verachting van alle goede en verheven eerlijke instincten.

Om z'n parasitisme als enige praktisering van de kerk; met z'n bloedeloze heilige idealen, al het bloed, alle liefde, alle levenshoop opzuigend.

Om het hiernamaals als wil tot het ontkennen van ieder realiteitsgevoel

Om z'n kruis als symbool voor de meest onderaardse samenzwering, die ooit heeft plaatsgevonden, tegen alles wat gezond is .... tegen alles wat mooi is .... tegen iedere vorm van geestelijk welzijn ....tegen iedere vorm van intellect .... tegen iedere vorm van mildheid .... tegen het leven zelf !

Deze eeuwige beschuldiging zal ik op alle muren schrijven, waar er maar muren te vinden zijn.

Ik beschik over letters, die blinden kunnen lezen en over woorden, die doven kunnen horen.

Ik noem het christendom de enige grote vloek, de enige grote vernedering, de enige grote wraakzucht, waarvoor geen enkel middel gemeen genoeg, geheim genoeg, onderaards genoeg en klein genoeg is. Ik noem het de enige grootste onsterfelijke vloek van de mensheid.

En de mensheid berekent de tijd nog wel vanaf de dag, dat deze ellende begon; vanaf de eerste dag van het christendom !

Waarom niet vanaf z'n laatste ?

Vanaf vandaag !

 

UMWERTUNG ALLER WERTE.... !"

 

 

4 citaten uit GENEALOGIE DER MORAAL:

 

"....Op deze plaats kan ik er niet meer omheen, mijn eigen hypothese over de oorsprong van het kwade 'geweten' in een eerste voorlopige formulering te gieten: het is niet eenvoudig om haar over het voetlicht te brengen en zij wil dat er lang over haar nagedacht, gewaakt en geslapen wordt.

Ik beschouw het kwade geweten als de zware ziekte die de mens heeft moeten oplopen onder de druk van de aller grondigste verandering die hij ooit heeft doorgemaakt - de verandering die plaatsvond toen hij definitief in de betovering van de samenleving en de vrede gevangen was geraakt. Even zo als het de waterdieren moet zijn vergaan, toen zij werden gedwongen of landdieren te worden, of te gronde te gaan, verging het deze uitstekend aan de wildernis, de oorlog, het rondzwerven, het avontuur aangepaste halve dieren - opeens hadden al hun instincten hun waarde verloren, waren ze 'uit hun hengsels gelicht'. Ze moesten in het vervolg op hun voeten lopen en 'zichzelf dragen' terwijl ze tot dusverre door het water gedragen werden: er drukte een verschrikkelijke zwaarte op hen. Voor de eenvoudigste verrichtingen voelden zij zich te onhandig, ze moeten het in deze nieuwe onbekende wereld zonder hun oude gidsen doen, de regulerende onbewust-zeker leidende aandriften - ze waren ineengekrompen tot denken, redeneren, berekenen, het combineren van oorzaken en gevolgen, deze ongelukkigen, tot hun 'bewustzijn', tot het armzaligste en feilbaarste orgaan dat ze hadden ! Ik geloof dat er nooit een zo ellendig gevoel, een zo loodzwaar onbehagen op de wereld heeft gedrukt - en daarbij waren die oude instincten niet plotseling opgehouden hun eisen te stellen! Het was alleen niet goed en maar zelden mogelijk, hun ter wille te zijn: in hoofdzaak moesten zij nieuwe en als het ware ondergrondse bevredigingen zoeken. Alle instincten die zich niet naar buiten ontladen, keren zich naar binnen - dit is wat ik de verinnerlijking van de mens noem: pas dan krijgt de mens het aangroeisel dat men later zijn 'ziel' noemt. De gehele innerlijke wereld, oorspronkelijk als tussen twee vliezen gespannen zo dun, is uiteen en opengegaan, heeft diepte, breedte, hoogte gekregen in dezelfde mate als de ontlading van de mens naar buiten is geremd. De vreselijke bolwerken waarmee de organisatie van de staat zich tegen de oude vrijheidsinstincten beschermde - vooral de straffen behoren tot deze bolwerken -, brachten teweeg dat alle instincten van de wilde vrije zwervende mens zich naar achteren, tegen de mens zelf keerden. De vijandschap, de wreedheid, het genot van de vervolging, de overval, de verandering, de verwoesting - dat dit zich allemaal tegen de bezitters van deze instincten keert: dat is de oorsprong van het 'kwade geweten'. De mens die ongeduldig, bij gebrek aan externe vijanden en weerstanden, in een drukkende zedelijke bekrompenheid en regelmaat gedrongen, zichzelf verscheurde, vervolgde, aanklaagde, opjoeg, mishandelde, dit zich tegen de tralies van zijn kooi wond stotende dier, dat men wil 'temmen', dit ontbering lijdende en door heimwee naar de woestijn verteerde wezen, dat van zich zelf een avontuur, een martelkamer, een onzekere en gevaarlijke wildernis moest maken - deze dwaas, deze verlangende en wanhopige gevangene, werd de uitvinder van het 'kwade geweten'. Met hem begon echter de grootste en macaberste ziekte waarvan de mensheid tot op heden nog niet genezen is, het lijden van de mens aan de mens, aan zichzelf: ten gevolge van een gewelddadige scheiding van het animale verleden, een sprong en val als het ware in nieuwe situaties en levensomstandigheden, een oorlogsverklaring tegen de oude instincten waarop tot dan toe zijn kracht, lust en vreselijkheid hadden gesteund. Hier zij dadelijk aan toegevoegd, dat er nu aan de andere kant met het feit van een tegen zichzelf gekeerde, tegen zichzelf partij kiezende dieren ziel een zo nieuw, diep, ongehoord, raadselachtig, paradoxaal iets met grote toekomst bestond, dat het aanzien van de aarde er essentieel door veranderde. Inderdaad, er waren goddelijke toeschouwers voor nodig om het schouwspel naar waarde te schatten dat daarmee begon en waarvan het einde in het geheel nog niet in zicht is - een schouwspel te subtiel, te wonderbaarlijk, te paradoxaal, dan dat het zich zinloos-onopgemerkt op de een of andere belachelijke planeet zou mogen afspelen! De mens telt sindsdien mee onder de meest verrassende en opwindende gelukkige worpen die het 'grote kind' van Heraclitus, of dat nu Zeus of Toeval heet, met zijn dobbelstenen doet - hij wekt belangstelling voor zichzelf, een spanning, een hoop, een zekere overtuiging bijna, alsof zich iets in hem aankondigt en voorbereidt, alsof de mens geen doel, maar alleen een weg, een incident, een brug, een grote belofte is...."

 

Let bij het volgende citaat op de enorme overeenkomst tussen het denken van Freud en Nietzsche ten aanzien van religie. Beiden, zowel Freud als Nietzsche, wijzen schuldgevoel, aan als de basis voor religie:

 

"....Het is een ziekte, het kwade geweten,dat staat vast, maar dan een zoals zwangerschap er een is. Gaan we de omstandigheden na waaronder deze ziekte tot haar vreselijkste en subliemste crisis is gekomen - dan zullen we zien wat er eigenlijk met haar zijn intrede heeft gedaan in de wereld....

Binnen de oorspronkelijke stamgemeenschap - we hebben het nu over de grijze voortijd - erkent de levende generatie telkens tegenover de vorige, en speciaal tegenover de eerste stamvaders, een juridische verbintenis: Men is ervan overtuigd, dat de stam enkel en alleen dankzij de opofferingen en prestaties van de voorouders bestaat - en dat men hun die door opofferingen en prestaties moet terugbetalen: men erkent dus een schuld, die nog voortdurend groter wordt, doordat deze voorouders in hun voortgezette bestaan als machtige geesten de stam vanwege hun kracht steeds nieuwe voordelen en voorschotten blijven geven. Om niet soms ? Maar voordat ruwe en 'zielsarme' tijdperk bestaat er geen 'om niet'. Wat kan men hun teruggeven ? Offers (aanvankelijk als voeding, in de grofste zin van het woord), feesten, kapelletjes, eerbetuigingen, gehoorzaamheid vooral - want alle gebruiken zijn als producten van de voorouders ook dier bepalingen en bevelen -: geeft men hun ooit genoeg? Dat bange vermoeden beklijft en wordt sterker: van tijd tot tijd dwingt het tot een grote afkoop ineens, de een of andere monsterlijke terugbetaling aan de 'schuldeiser' (het beruchte eerstgeborenenoffer bijvoorbeeld, bloed, mensenbloed, in elk geval). De angst voor de voorvader en zijn macht....het bewustzijn van verplichtingen aan hem.... Misschien is dit zelfs de oorsprong van de goden, met andere woorden een oorsprong die in angst gelegen is !...."

 

"....De opkomst van de christelijke god, de maximale god die tot nu toe ooit

bereikt is, heeft daarom ook het maximum aan schuldgevoel op aarde geproduceerd. Aangenomen dat wij zoetjesaan in de tegenovergestelde beweging terechtgekomen zijn, dan kunnen we met een forse waarschijnlijkheid uit het onweerhoudbare verval van het geloof in de christelijke god afleiden, dat er nu ook wel al een aanzienlijk verval van het menselijk schuldbewustzijn zal plaats hebben; de kans is zelfs niet denkbeeldig, dat de volmaakte en definitieve triomf van het Atheisme de mensheid van heel dat gevoel, verplichtingen jegens haar begin, haar causa prima, te hebben, zou kunnen verlossen. Atheisme en een soort tweede onschuld horen bij elkaar...."

 

 ".... Hoe geef je het mensdier een geheugen ? Hoe prent je dit botte, domme momentverstand, deze vleesgeworden vergeetachtigheid iets in, zo dat het de mens bijblijft?'....

Dit oeroude vraagstuk is, zoals men zich wel kan voorstellen, nu niet bepaald met zachtaardige antwoorden en middelen opgelost; misschien is zelfs niets van de hele voorgeschiedenis van de mens zo vreselijk en sinister als zijn mnemotechniek. 'Je brandt iets in om het in de herinnering te laten blijven hangen: alleen dat wat niet ophoudt pijn te doen, blijft in de herinnering bewaard' - dat is een hoofdbeginsel van de alleroudste (en jammer genoeg ook allerhardnekkigste) psychologie op aarde..."

Bijvoorbeeld het stenigen (-zelfs de sage laat de molensteen al op het hoofd van de schuldige vallen), het radbraken (de eigenaardige uitvinding en specialiteit van de Duitse genius in het rijk der straffen), het met de paal doodgooien, het door paarden laten verscheuren of vertrappen (het 'vierendelen'), het koken van de misdadiger in oIie of wijn (nog in de veertiende en vijftiende eeuw), het geliefde villen ('riemen snijden' ), het uitsnijden van vlees uit de borst; ook bestreek men de boosdoener wel met honing en leverde hem in de brandende zon over aan de vliegen. Met behulp van dergelijke beelden en procedures houden de mensen ten slotte vijf of zes 'ik wil niet' overwegingen in het geheugen vast, waaromtrent zij hun belofte gegeven hebben teneinde de voordelen van de maatschappij te kunnen genieten - en inderdaad ! Met behulp van dit soort geheugen kwamen ze ten slotte 'tot rede' ! - Ach, de rede; de ernst, de heerschappij over de affecten, die hele duistere toestand die nadenken heet, al die voorrechten en pronkstukken van de mens: hoe duur heeft hij die moeten betalen ? Hoeveel bloed en afgrijzen ligt aan alle 'goede dingen' ten grond !...."